Via Cook

3 augustus 2011

Museumtram Be 4/4 67 op de Route de Meyrin in Genève nabij CERN, 4 augustus 2011. Foto: Ronald Bokhove

Tandradmotorwagen 56 van de Chamonix-Montenvers-baan bij het startpunt, 5 augustus 2011 Foto: Ronald Bokhove

Pauze van de lok is lunchtijd voor de stadsmus Foto: Theo van Riet

Bijna met onze neus op het spoor, het Bietschtalviaduct op 6 augustus 2011 Foto: Andrea Besters

Het traject van het smalspoor voor de bouw van de BLS-Südrampe, herkenbaar aan de kleine tunneltjes, nu wandelroute. Foto: Andrea Besters

Middeleeuws bevloeiingssysteem van de noordzijde van de Rhônevallei. Foto: Andrea Besters

Rangeren in Visp met 7000 pk Foto: Theo van Riet

De zwarte spiegelgevel van het station van Visp kan ook een prentkaart zijn Foto: Theo van Riet

Wandelen over de Gemmipas langs de Daubensee, 8 augustus 2011 Foto: Ronald Bokhove

Boottocht over de Thunersee, 9 augustus 2011 Foto: Ronald Bokhove

Met de Rodelbahn van de Heimwehfluh, 9 augustus 2011 Foto: Ronald Bokhove

Reizigerstoevloed bij de Jungfraubahn, 10 augustus 2011 Foto: Andrea Besters

Zwitsers regiovervoer mét ‘toilet’. Foto: Theo van Riet

Ingewikkeld wissel van de ’Schynige-Platte-Bahn’, 10 augustus 2011. Foto: Theo van Riet

Een moderne stoomlok heeft toch gans andere onderdelen, zoals hier bij de Brienzer Rothornbahn Foto: Theo van Riet

Een ‘oude’ stoomloc komt de SNE-groep ophalen (als die koe nu nog even een stapje vooruit zet), 11 augustus 2011. Foto: Andrea Besters

Sommige Zwitserse rijtuigen hebben tandwiel’remmen’, werkplaats Zentralbahn in Stanstadt. Foto: Andrea Besters

Rigibahn wacht op ons, 12 augustus 2011 Foto: Theo van Riet

Kapellbrücke in Luzern. Foto: Ronald Bokhove

Vertraging van de Thalys in Antwerpen: +9 Foto: Theo van Riet

Via Cook

Van uw Belgische correspondent ter plaatse, Theo Van Riet

Op woensdag 3 augustus 2011 vertrokken een dertigtal NVBS'ers met de SNE op reis naar Zwitserland, een reis die een hedendaagse versie was van de eerste reis naar Zwitserland georganiseerd door Thomas Cook in 1863.

Amsterdam
Het was een vertrek in stijl met de Thalys vanuit Amsterdam via Rotterdam naar Antwerpen, Brussel en Parijs Gare du Nord. Dan de RER-transfer naar het Gare de Lyon, voor sommigen echter niet avontuurlijk genoeg en daarom vlot aangevuld met een metrorondrit in Parijs… op rubberbanden en inclusief zicht op de Eiffeltoren. Op de TGV Lyria naar Genève Cornavin bleken er enkele dubbele boekingen door de computer geslipt; die ontwikkelden zich echter niet tot een probleem, daar er genoeg vrije plaatsen waren. Het met vele miljoenen opgeknapte enkelsporige traject na Bourg en Bresse was prachtig, de TGV slingerde zich als een slang door de bergen. In Genève schonk het hotel ons elk een vrij-rijdenkaartje voor het stadsverkeer. Handig voor de freaks, die na het avondeten in het duister het tramnet nog gingen verkennen. De anderen zouden dat, de dag erna, met de museumtram nog eens dunnetjes overdoen.

Genève
Hier namen we afscheid van de reisbagage, omdat de Franse spoorwegen geen bagageopslag meer aanbieden in Chamonix. Wij reisden nu twee dagen “licht”. In de voormiddag werden we rondgereden door Genève met twee museumwagens van de plaatselijke club, met bijzondere aandacht voor de laatste uitbreiding naar CERN. Daarna werd de werkplaats bezocht met daarin de gereserveerde hoek voor de museumclub. Het tweede deel met de kleine museumwagen werd iets ingekort wegens tijdsgebrek en het feit dat we, na de middag, met gewoon materieel dat stuk sowieso zouden berijden. Opvallend was wel dat van het museumtrampersoneel, dat ons die dag rondreed, er niemand bij de trammaatschappij werkte, echte vrijwilligers die een snipperdag hadden genomen. Na de middag vertrokken we met de tram naar het station Eaux Vives, vandaar verder naar Chamonix, het eerste deel met een “treinvervangende” SNCF-bus. Na een net gemiste aansluiting (dit geheel volgens de dienstregeling!) gingen we verder met normaalspoor en uiteindelijk smalspoor. Stap voor stap nam de hoogte der bergen toe, de Mont Blanc stond zeer Blanc tegen de strakke blauwe lucht.

Chamonix
De dag startte met een tocht met smalspoor naar de “Mer de Glace”. Een prachtige rit met, eens boven, een afdaling naar de ijsgrot. Hier werden onze longen volledig gevuld met frisse berglucht. Deze afdaling bleek enkele dagen later echter slechts een “vingeroefening” te zijn geweest. Na de middag vertrek met het SNCF-smalspoor tot de Zwitserse grens en dan verder met smalspoor en tandrad tot Martigny. Daar volgde een overstap op de IC, met voorhouden rijtuig voor een NVBS-groep, onder leiding van de medewerker van de Treinreiswinkel (volgens de SBB). Vanaf Chamonix reisden wij op de Swiss Pass, geldig tot de voorlaatste dag van de reis. Een zeer handige oplossing, die velen van de groep in staat stelde het programma min of meer aan te passen aan hun wensen.

Visp
Deze dag stond een wandeling gepland op de BLS-Südrampe, een nieuw initiatief tijdens een SNE-reis. Hiervoor moest er eerst gereisd worden naar Brig en daar overgestapt op een stoptrein over de oude Lötschbergbahn. Afhankelijk van de ingeschatte conditie kon er uitgestapt op verschillende stations, zodat de gelopen afstand kon variëren van 3, 5, 10 tot 18 kilometer. Een zeer indrukwekkend traject op de zuidflank van de bergen met uitzicht over de Rhônevallei, met treintjes in de vallei (leken mij N-schaal) maar soms ook boven je hoofd of naast je, zoals op de Bietschtalbrug. Spijtig, maar niet meer terug te draaien, wat moet dit knap geweest zijn “voor” de nieuwe tunnel in gebruik genomen werd, toen er nog om de vijf minuten een trein reed. Dit pad is deels een oud smalspoortraject, aangelegd voor de bouw van de zuidhelling van de BLS. Interessant was ook het verdeelsysteem van het gletsjerwater voor de landbouwers, sommige delen ervan zijn al 300 jaar oud, maar nog steeds in gebruik, omdat dit deel van Wallis weinig neerslag kent. Het was voor “inwoners van de lage landen” zeker geen eenvoudige wandeling, maar prachtig.

Wij reizen om te leren, daarom stond er deze zondag een pedagogische activiteit gepland met een bezoek aan de nieuwe Lötschbergtunnel. Afspraak: half vier in Frutigen; hoe we erheen kwamen, dat konden we met de Swiss Pass zo creatief oplossen als we zelf wilden. Wij werden ontvangen door twee gidsen van de BLS die op zondagnamiddag bereid waren ons te gidsen en te vervoeren. Na een bezichtiging van de tunnelmaquette incl. uitleg over de ventilatiesystemen en de evacuatieprocedures werd de BLS-brandweertrein binnen en buiten grondig “geschouwd” door het gezelschap. Na voorzien te zijn van veiligheidsvest en helm werden we in twee busjes naar de ventilatie- en evacuatietunnel gereden in de buurt van het bekende station Blausee. De ingang lag naast een reusachtige berg tunnelpuin, puin dat nu gebroken en/of gesorteerd wordt voor gebruik in de bouw en als spoorballast. Bij het binnen en buiten rijden moesten we door een luchtsluis, dit om de drukverschillen en de bijhorende luchtstromingen in de tunnels niet te beïnvloeden. Onder in de tunnel werden de busjes geparkeerd en ging het bezoek te voet verder. Eerst een bezoek aan een technische ruimte, dan de ruwe tunnel zelf en tot slot een stuk afgewerkte tunnel met en zonder techniek. Op het einde van een van de dwarsgangen was een vensterconstructie gebouwd waar wij de doortocht van een trein (door de andere buis !!) konden meemaken. Een 200 km per uur rijdende trein, die een kolom lucht van kilometers lang voor zich uitdrukt. Het opbouwen van de druk die hiervoor nodig is kan men “horen” door het suizen van de luchtlekjes in de constructie. Best indrukwekkend. Dit bezoek is nu mogelijk, omdat een gedeelte van de tunnel richting Frutigen nog niet uitgerust is, een ander deel zelfs nog niet “gesprengt”. Eens de tunnel afgebouwd wordt dit echter onmogelijk. De belangstelling voor een bezoek is groot. Sommigen namen na dit bezoek de trein naar Spiez om zelf ook eens door de nieuwe tunnel te rijden, anderen gingen over de berg via de oude tunnel.

Een dag later stond een wandeling over de Gemmipas op het programma. Deze pas leidt van Leuk meer bepaald Leukerbad, naar Kandersteg. Ook hier was er weer gelegenheid de moeilijkheidsgraad en/of de afstand van de wandeling aan te passen aan de eigen mogelijkheden. Men kon bergop met de kabelbaan, maar ook te voet, men kon bergaf met de kabelbaan, maar ook te voet. Voor het vlakkere deel boven was er geen alternatief, maar daar wachtte er wel een eenvoudige, doch voedzame, maaltijd in het reeds oude berghotel . Citaat uit het menu: Teigwaren mit Kartoffeln und Zwiebeln an Käserahmsauce, dazu servieren wir Apfelmus. Vier “jongens” Ronald, Sieger, Ben en Robert trotseerden de pas zoals in Cook’s tijd, volledig te voet. De terugtocht vanaf Kandersteg naar Visp kon weer op een creatieve manier ingevuld met de Swiss Pass.

Op dinsdagmorgen lieten we de bagage in Visp achter in de goede handen van de SBB, die ze voor ons in het hotel in Interlaken zou bezorgen. Terwijl we op het perron stonden te wachten zoefde de rode SBB-brandweertrein van Brig in SBB-kleuren voorbij. Aangezien we na het bezoek op zondag de tunnelprocedures nog kenden, wisten we dat de tunnel volledig plat zou gaan, wat ook prompt gebeurde.
Onze IC werd geannuleerd op het bord in Visp. Iets later zagen we hem (Cisalpino, mooie nieuwe) in de verte de Südrampe oprijden, hij ging dus via de oude lijn. Ons werd door de omroep aangeraden de eerstvolgende trein naar Brig te nemen. Zouden ze met ons in de IR-dubbeldekker via de oude Lötschbergtunnel gaan? Net voor ons vertrek werden de passagiers van de nu ook geannuleerde IR-dubbeldekker echter geadviseerd rustig een uurtje te wachten….?? Alles werd snel duidelijk in Brig, de storing was verholpen en de dubbeldekker op het perron naast ons zou gewoon de dienst rijden van een uur later. Inderdaad: een uur later stonden we weer in Visp en we waren dan ook een uur later in Spiez, waar we wandelden naar de pier voor de volgende boot. Een prachtige boottocht bracht ons naar Interlaken voor de vrije namiddag. Hier spatte de groep uit elkaar. Enkelen bezochten de Heimwehfluh met zijn model- en rodelbaan, anderen zochten het verder in Lauterbrunnen en Mürren. Nog enkele anderen bezochten Interlaken zelf en kwamen doornat en te vroeg in het hotel, de SBB was nog niet langs geweest. Eens de bagage aangekomen en de haren gedroogd, werden er tijdens de Zwitserse kaasfondue-avond plannen gesmeed voor de volgende dag, die groots beloofde te worden.

Interlaken
De woensdag was volledig gewijd aan het verkennen van Berner Oberland, met zijn vele treinen en treintjes. Er was een “SNE-skeletroute” uitgedacht waaraan eenieder dan weer zelf stukjes kon breien. De belangrijksten: het Jungfraujoch, toch een “wereld”bestemming, het plaatsje Mürren met de Schilthorn, de Schynige Platte of alle drie, maar dan was het echt wel haasten. Kortom langs alle “spoortjes” en in alle treintjes, in het overweldigende landschap gedomineerd door de Jungfrau, kon men die dag NVBS’ers zien voorbijkomen, ook omdat de meesten iets uitstaken boven de zeer talrijk aanwezige Aziatische toeristen (treinenthousiasten?).

Een dag later werd er doorgereisd naar Luzern, maar niet rechttoe-rechtaan. Eerst met de Zentralbahn naar Brienz, waar een bezoek gebracht werd aan de Brienzer Rothornbahn. Hier werden wij door een “moderne” stoomlok de berg opgeduwd, een indrukwekkende rit van bijna een uur. Een reis in Zwitserland met mooi weer “kan” toch eenvoudigweg niet mislukken. De terugtocht gebeurde met een van de oudere stoomlocomotieven, die ijverig stoom spuide terwijl hij remmend de berg afreed. De stoom komt dan niet uit de schoorsteen, maar uit een leiding achter het de cabine. Het is samengeperste lucht waarin water gespoten wordt om de cilinders te koelen (Riggenbach-systeem). Weer in Brienz zocht iedereen iets te eten alvorens weer te trein te nemen, het rijtuig was weer gereserveerd voor de NVBS-groep met de bekende leider Van Bemmel. De kaartjesknipper was in opperbeste stemming en vertelde van zijn reizen naar Nederland en België. Wij vervolgden de rit via de vroegere Brunigbahn, een traject dat slechts enkele dagen later tijdens een onweer een massa zand en stenen over zich heen zou krijgen en daarom, terwijl ik dit verslag schrijf, nog gesloten is. Nu stapte we over in Hergiswil, om in Stansstad de werkplaats van de Zentralbahn te bezoeken. Hier werden we hartelijk ontvangen door de werkplaatsleider en zijn chef. De werkplaats wordt momenteel gemoderniseerd en tegelijkertijd aangepast aan de nieuwe taakverdeling binnen de Zentralbahn. Beide heren kregen veel vragen voorgeschoteld, binnen enkele jaren is dit ongetwijfeld een kleine, fijne werkplaats om nog eens te bezoeken. De rest van de trip naar het hotel verliep Zwitsers klokvast. Zij het dat de busreizigers de tijd, die verloren ging met het zoeken naar de bushalte, nooit konden inhalen en de voetreizigers eerst in het hotel waren. Het is blijkbaar niet makkelijk om perrons van bussen duidelijk te bewegwijzeren. Waarschijnlijk omdat busperrons toch iets minder strak aangelegd worden dan treinperrons.

Luzern
De laatste vakantiedag werd benut voor een tocht met de Rigibahn. Eerst met de Boot van Luzern tot Vitznau, dan de berg op met de elektrische tandradbaan en na een koffiepauze weer naar beneden aan de andere kant naar Arth-Goldau. De halte op de brug boven de perrons is daar nog in ombouw (lijkt wel meer op een volledige nieuwbouw) en daarom moest het laatste stukje gewandeld worden tot het station. De groep nam hier de trein terug naar Luzern, tot de halte aan het Verkehrshaus, waar ze een bezoek brachten aan de verzameling. Anderen “persten” die laatste dag alles uit hun Swiss Pass, daalden terug af naar Vitznau en voeren het meer op naar Flüelen. Nog anderen namen van Arth-Goldau de trein naar Flüelen en voeren terug naar Luzern, een enkeling trok op het eind van de dag een spurtje om alsnog een uurtje Verkehrshaus mee te pikken. Kortom men liep zich het vuur uit de sloffen, maar zat ook overheerlijk in het zonnetje op de boot. ‘s Avonds werd alles uitgebreid besproken op het “laatste” avondmaal.

Na een rustige morgen vertrokken wij aan het einde van zaterdagochtend 13 augustus uit Luzern naar Basel, weer met een deels voorbehouden rijtuig. In Basel werd overgestapt op de bekende EC Chur – Hamburg Altona via de linker Rijnoever en voorzien van comfortabele Zwitserse rijtuigen, een favoriete trein van de club. Tijdens de overstap in Keulen werd er treinlectuur en eten gezocht, alvorens in de ICE naar Amsterdam te stappen. Deze ICE was omgelegd wegens de werken in Arnhem en volgde daarom in een rustig tempo enkele stoptreinen, via Mönchengladbach, Venlo (via goederensporen voor de spanningsomschakeling) en Eindhoven. Bij elke stop werd de groep nu kleiner omdat iedereen voor zich de beste aansluiting naar huis uitgedokterd had. Einde van een prachtige trip met Ronald naar een prachtig land.