Verre Reis 2003: Via de BAM naar Japan

26 juli 2003

Jan Heemstra

Het is niet zo eenvoudig van de SNE BAM reis 2003 te spreken. Niet alleen was het aantal varianten van deze reis groter dan ooit, maar dankzij de Japan rail pas en dankzij enige vrije tijd in Japan kon een enkeling het reisprogramma daar ook nog op zijn eigen wijze invullen.

Zevenenveertig deelnemers reisden onder leiding van Ronald Bokhove via de BAM naar Japan, achttien maakten de reis onder leiding van Han Duijve in de omgekeerde richting.

Het railvervoer begon met het vertrek van de IC143 naar Berlijn op zaterdag 26 juli. Vanwege de vakantietijd was die trein aardig vol, maar dat was dankzij de gereserveerde plaatsen geen probleem. De nachttrein (D345) naar Kiev was wel wat nauw, maar de ondernemende restauratrice in die trein zorgde de volgende dag voor een zeer plezierig alternatief.

Het draaistel wisselen voor het Oekraïense breedspoor blijft altijd fascinerend. Na een nacht in een hotel in Kiev en een korte kennismaking c.q. opfriscursus met die stad was het gezelschap voor de reis in de oostelijke richting aangevuld met degenen die per vliegtuig aan de reis begonnen. Het weerzien met de bemanning van de Dzherelo-trein en het warme muzikaal onthaal op het perron in Kiev vormden het begin van het langste traject van de reis.

Dat de route van de Oekraïne naar Rusland niet veel door toeristen wordt afgelegd bleek wel bij de grensovergang. De formulieren waarin de persoonlijke eigendommen moesten worden opgegeven waren alleen in Cyrillisch schrift opgesteld, en voordat die allemaal konden worden ingevuld ging de trein al weer rijden. De douane sprong vervolgens van de rijdende trein zonder dat zij de formulieren had kunnen afstempelen.

Na een kruising van de brede Wolga met een indrukwekkend lange brug kwamen we aan in Samara. Samara had een opvallend keurig, modern en goed onderhouden station, iets dat we op onze verdere reis door Rusland maar zelden meer zouden tegenkomen.

Vanaf Berdjausch tot Druzjnino konden we genieten van stoomtractie en verschillende deelnemers maakten een ritje op de voetplaat van sneltreinloc P36-0021. Daarna bereikten we in Sverdlovsk de Transsiberische spoorlijn. In Novosibirsk waren we te gast bij het trambedrijf, nadat we eerst de Ob tot tweemaal toe hadden overgestoken. Weliswaar was het tramnet tot op de draad versleten, maar de partytram volgezet met stoelen uit de bedrijfskantine vormde hier een bijzondere attractie.

Vervolgens bracht de trein ons na een kruising met de Jenissei naar het kleine stadje Taisjet, het beginpunt van de BAM. Hier vond net het jaarlijkse feest van de spoorwegarbeiders plaats: volksdans, zang, jonge Russen en Russinnen in het stadsparkje en veel schuimend bier: een gemoedelijk dorpsfeest.

De BAM maakte al snel na het begin een vrij ruige indruk, maar toch is het moeilijk voor te stellen dat de grond hier vanaf enkele meters onder het oppervlak permanent bevroren is en dat de temperaturen in de winter tot 60 graden onder nul kunnen afnemen. De stuwdam in Bratsk was indrukwekkend, we reden eerst per bus en later per trein over die dam. De plaatselijke bevolking brengt er zijn vloerkleden per auto om ze onder de lekkende waterleiding bovenop de dam te kunnen schrobben en ze daarna in de zon te laten drogen. De boottocht over het zonnige Baikalmeer bij Severobaikalsk was door het warme weer bijzonder genoeglijk, hier gaf het vervolgritje per minibus over het aanliggende kampeerterrein een aardig beeld van hoe Russen hun zomervakantie doorbrengen.

In het locdepot in Tynda, het zenuwcentrum van de BAM, werden we zeer vriendelijk ontvangen. De twee-, drie en zelfs vierdelige TE10 diesellocs voor de BAM worden hier onderhouden. In het BAM museum in de stad kregen we niet alleen een indruk van de omstandigheden waaronder de BAM is aangelegd, maar ook een beeld van de levenswijze van de oorspronkelijke bewoners van Noord Siberië, de Evenki. We maakten van hier een uitstapje naar de AJAM, de lijn die uiteindelijk de verbinding met het 1000 km noordelijker gelegen Jakoetsk moet gaan vormen, maar die nog niet gereed is. Op weg van Tynda naar Komsomolsk aan de Amoer passeerden we veel houthakkerskampen. Opmerkelijk hier waren Noord Koreaanse vlaggen en opschriften bij een aantal van die kampen.

Het bezoek aan de stad Komsomolsk en zijn tram waren een prettige onderbreking. Komsomolsk is vanwege de militaire industrie lang een gesloten stad geweest: misschien was dat een van de redenen waarom we hier Lenin nog zo pontificaal op zijn voetstuk zagen staan.

Op weg naar het eindpunt van de BAM in Sovjetskaja Gavan Gorod namen we afscheid van de Dzherelo bemanning met Oekraïense zang en dans, waarbij ook de deelnemers zich niet onbetuigd lieten. Het eindpunt zelf, 12.500 spoor km vanaf Amsterdam, moesten we uiteindelijk per bus bereiken, want onze trein ging niet verder dan Sovgavan Sortirovotsjnaja. De berichten op de laatste avond waren niet geruststellend: spoorpont Sachalin 7 kon Vanino niet binnenlopen vanwege een tyfoon op zee. Gelukkig konden we nog een avond langer in de trein blijven, en uiteindelijk werd het toch nog een aangename overtocht met zon aan dek.

Op Sachalin ontmoetten we de deelnemers van de reis westwaarts en hun reisgenoten van de Duitse DGEG. Attracties hier waren de stoomrit naar Korsakov en de lange rit via de omleiding van Joezjno Sachalinsk naar Cholmsk. Er was ook een rechtstreekse spoorlijn dwars door de bergen, maar deze is na het instorten van een keertunnel al jaren niet meer in gebruik. Wij maakten toch een speciale rit over het gedeelte van Cholmsk tot de ingestorte keertunnel en we waren in de gelegenheid via een halsbrekende klimpartij naar de Duivelsbrug aan de andere zijde van de ingestorte tunnel te klimmen. Aardig was verder de pioniersspoorlijn in Joezjno Sachalinsk. Heel bijzonder waren ook de zalmen die we de rivier op zagen zwemmen naar hun geboorteplaats, nadat ze een verre tocht op zee gemaakt hadden. Ronduit leuk was de prestigetrein naar het verre noorden die elke avond met begeleiding van theatrale muziek uit de luidsprekers uit het station van Joezjno Sachalinsk vertrok.

Het hectische Japan was een cultuurshock na het stille oosten van Rusland. Daarbij kwamen nog de ervaring met de Japanese floor – zitten, eten en slapen direct op de grond -, de Japanse maaltijden die zo anders zijn dan wij gewend zijn en de schrijfwijze die zo ondoorgrondelijk is. Bekend is dat de snelle tot zeer snelle treinen er perfect op tijd rijden, maar bijzonder was het treinpersoneel dat bij betreden en verlaten van een rijtuig een buiging maakt en de conducteur die voor het knippen van de kaartjes zijn pet afneemt.

Het ultramoderne stationgebouw in Kyoto met zijn Skyway op ijzingwekkende hoogte in de stationshal was ook iets heel aparts. De Japanse trams doen daarentegen in het algemeen denken aan tijden van vroeger. We zagen ze onder meer in Sapporo, Hakodate, Toyama, Hiroshima en Tokyo.

Indrukwekkend was het bezoek aan Hiroshima. De stad zelf maakt op het eerste gezicht een heel gewone en bruisende indruk en er rijden zelfs Combino’s. In het Vredesmuseum konden we ons een beeld vormen van wat hier echt gebeurd is. Dat er zeer regelmatig aardbevingen in Japan voorkomen realiseerden we ons, toen de geplande rit met stoom over de Oigawa steam railway niet door kon gaan. In plaats daarvan maakten we een tocht over de toeristische route van Hakone. Aan de massaliteit van het Japanse toerisme moesten we wennen.

Tenslotte Tokyo: ook de metro direct na aankomst was overdonderend druk. Toch had de stad veel leuks te bieden, zoals een tochtje per tram, een bezoek aan de Tokyo Tower, een tochtje per boot over de rivier de Sumida en een wandeltochtje over de Nakamise Dori markt naar het Senso Ji tempelcomplex. Het was een reis van superlatieven en een beetje beduusd van zoveel ervaringen namen we afscheid van Tokyo. Er rest ons slechts bewondering voor de perfecte organisatie en dank aan al degenen die deze reis als een uurwerk hebben laten kloppen.