Met de SNE rond de Ierse Zee

5 september 2010

Afscheid van Engeland: de Eurostar klaar voor vertrek op London St. Pancras, 18 september 2010. Foto: Clemens Boomers

De boze droom van elke reisleider wordt werkelijkheid. Foto: Clemens Boomers

Vertrek uit Londen in een bomvolle trein op 5 september 2010. Foto: Jan Haasdijk

In Blackpool haalt een dubbeldekker de deelnemers bij het hotel op. Foto: Clemens Boomers

Op Man is het een paardentram die voorrijdt om de deelnemers op te halen, 7 september 2010. Foto: Clemens Boomers

Stoomtractie bij de Groudle Glen Railway, 7 september 2010. Foto: Clemens Boomers

Accu-tractie bij de Groudle Glen Railway. Foto: Clemens Boomers

Een tramstel van de Manx Electric Railway bij Laxey op 7 september 2010. Foto: Erwin Voorhaar

Stoomloc nr. 12 Hutchinson, klaar voor vertrek op het station van Douglas. Foto: Clemens Boomers

Oma Minie trakteert vanwege haar net geboren kleindochter. Foto: Clemens Boomers

De rook van de trein ontneemt het zicht op de St. Patricks Cathedral, 9 september 2010. Foto: Clemens Boomers

′Vredesmuren′ scheiden in Belfast de katholieken van de protestanten. Foto: Clemens Boomers

De spoorweghal van het Ulster Transport Museum. Foto: Clemens Boomers

In Belfast is station Great Victoria Street verstopt achter hoge gebouwen. Foto: Erwin Voorhaar

Het stoomlocje van de GC&B Railway wordt vanwege een defect afgerangeerd, 11 september 2010. Foto: Erwin Voorhaar

Een heel bijzondere railbus-met-voorspan in het Ierse landschap, 12 september 2010. Foto: Clemens Boomers

Een LUAS tram nabij station Dublin Connolly, 14 september 2010. Foto: Erwin Voorhaar

De Atlantische Oceaan beukt op de beroemde Cliffs of Moher. Foto: Clemens Boomers

Rangerende loc op het station van Limerick, 15 september 2010. Foto: Erwin Voorhaar

Rangerende loc op het station van Limerick, 15 september 2010. Foto: Erwin Voorhaar

Armseinen zijn er nog volop, zoals hier in Cork. Foto: Erwin Voorhaar

De curieuse Lartigue monorail in Listowel op 16 september 2010. Foto: Clemens Boomers

De Evening Star, de laatste in Engeland gebouwde stoomloc in het GWR museum. Foto: Clemens Boomers

Met de SNE rond de Ierse Zee

Erwin Voorhaar

Eigenlijk zou dit reisverslag met een limerick moeten beginnen, want limericks maakten een belangrijk deel van de reis uit. Maar ik ben geen dichter. Ik ben wel een verteller en ik wil u graag laten weten wat wij als deelnemers aan de NVBS-reis “Met de SNE rond de Ierse Zee” hebben meegemaakt. Een bijzondere reis en dat zat hem niet alleen in het reizen per trein en tram, maar ook in het feit dat reisleider Clemens Boomers en zijn vrouw Minie tijdens de reis hoorden dat zij een kleindochter hadden gekregen. Dat betekende dus crackers (bij gebrek aan beschuit) met muisjes! Nu maar hopen dat deze kleindochter later eens mee kan met een van de door haar opa georganiseerde reizen, want dan zal zij hetzelfde constateren als de 39 leden van de reisgroep: een betere reisleiding bestaat niet!

En van deze reisleiding werd meteen al het een en ander gevergd, toen wij op 5 september vanuit Nederland vertrokken. Aan het weer lag het niet, dat was al vanaf het begin zonnig en die zon zou ons zelfs in het wisselvallige Ierland niet teleurstellen. Het lag helaas wel aan de treindiensten in Engeland. Na een goed verlopen rit per Eurostar bereikte de groep het St. Pancras Station in London en wandelde naar Euston Station… En daar bleek vanwege een stroomstoring bijna niets meer te rijden. Onzekerheid alom. Zouden we onze bestemming Blackpool nog wel halen voor de avond viel? De naam van de reisleider (verbasterd tot Boemers) klonk door de grote vertrekhal van het station. Het bericht was: teruglopen naar St. Pancras en daar een trein nemen naar Sheffield en Manchester. Dat betekende dus flink omrijden. Ik zal maar niet schrijven over de drukte in deze trein en de wanorde met betrekking tot de gereserveerde plaatsen… In plaats van half acht 's avonds kwamen we om half twaalf -s nachts in Blackpool aan. De zo leuke illuminations (en verlichte trams…) moesten we helaas missen, net als ons eerste diner.

Maar daarna verliep de reis geweldig. Verstoringen deden zich nauwelijks voor. Uitstekende hotels (we hebben er heel wat gezien…), prima gezamenlijke diners en hele leuke excursies.
Waar gingen we zoal naar toe? Wel, het begon met een excursie met museumwagen 147 op de tramlijn in Blackpool. Jammer toch dat we een trein moesten halen, want hoe later op de dag, hoe meer bijzonder materieel er op straat verscheen (Manchester 765, een Twin-Car set, de oudste Balloons, een Portugese tram). Met kunst-en-vliegwerk en een zeer handige “wattman” (trambestuurder voor de noorderling) lukte het om toch veel beelden vast te leggen. Met de veerboot van Heysham Port in 3½ uur naar Douglas, op het Isle of Man. Vlak voor aankomst werd de zee onstuimig. Regen en storm kondigden zich aan, en sommigen bereikten niet geheel droog hun hotel. “Als dit weer zo zou blijven”… dacht menigeen. Maar een eerste blik de volgende dag uit het raam deed iedereen opspringen. Prachtig weer! En het zou alleen maar zonniger worden. Dat helpt natuurlijk als je een excursie maakt naar de Groudle Glen Railway. Maar om die te bereiken had de SNE een paardentram gecharterd (een primeur voor de NVBS?). De groep kon er met moeite in. De rit ging over de Promenade van Douglas naar het beginstation van de Manx Electric Railway. Met een van hun meer dan honderd jaar oude treinen naar Groudle. De kleine museumlijn aldaar had flink uitgepakt met stoom, diesel, schijnvertrekken én een acculoc. Het uitzicht vanaf het eindstation Sea Lion Rocks zal menigeen in gedachten blijven.

Daarna hadden we anderhalve dag om de geneugten (op spoor- en tramgebied) van het eiland te onderzoeken. Een rit met de Snaefell Mountain Railway (en gokken of je uitzicht had of niet) en de prachtige Manx Electric. Of natuurlijk je vergapen aan de stoomtreinen (ook alweer een eeuw oud) van de Isle of Man Steam Railway. Door het zomerse weer was dit een genoegen en de meesten vonden het maar wat jammer dat we op donderdag 9 september al om 6 uur ’s morgens moesten vertrekken naar Ierland. De snelle boot bracht ons naar Belfast maar de bus stond er al: geen tijd te verliezen, op naar de eerste excursie op Ierse bodem!

Om een lang verhaal kort te maken. Wat hebben we in Ierland veel gezien. De Downpatrick & Country Down Railway, met stoom op het Ierse breedspoor. Uiterst vriendelijke “staff” waaronder een rondleider die erg goed Nederlands sprak. Een niet aangekondigde excursie per bus door de vroegere probleemwijken in Belfast (waar de tegenstelling tussen katholiek en protestant uiterst duidelijk worden door de hekken, de tralies en de muren) en een bezoek (voor velen althans) aan de gigantische collectie van het Ulster Folk and Transport Museum, met prachtige trams (o.a. Belfast, Fintona) en breed- en smalspoormaterieel (van de beroemde County Donegal Railways) in haar collectie. Niet altijd kan het meezitten. Ook dat maakten we mee, want op zaterdag 11 september hielden de weergoden het even voor gezien. Een harde bui bij het bezoek aan de Giants Causeway & Bushmills Railway zorgde voor een nat pak. Maar dat is Ierland: tien minuten later schijnt de zon volop. Die Giant’s Causeway (merkwaardige gemodelleerde rotsen aan de kust) is mooi, maar de smalspoortrein om er te komen was niet het beste bedrijf dat we hebben meegemaakt. Slecht onderhouden (vooral de rijtuigen) en onvriendelijk personeel.

De excursie de volgende dag maakte dat meer dan goed. Voor velen het hoogtepunt van de reis. Een rit op de afgelegen en per openbaar vervoer vrijwel onbereikbare Fintown Railway.
Hier reden we met de voormalige County Donegal railbus 18 over de heraangelegde lijn langs het Loch Fynn (ooit Stranolar – Glenties). De prachtige ligging van de lijn zorgde in combinatie met de vele fotostops ervoor dat iedereen geweldige plaatjes kon maken. Via Donegal bereikte de bus Sligo, waar we de eerste trein in de republiek tegenkwamen. Met die trein reden we in 3 uur naar Dublin, en van daaruit viel er weer van alles te zien. Wat te denken van de in 2004 geopende moderne (en fraaie) LUAS tram? Of gewoon de fraaie oude stad bezoeken? Of een ritje met de DART maken (de enige elektrische lijn in Ierland)? Het werd allemaal gedaan. Helaas verviel ons bezoek aan de veensmalspoorlijnen van de Bord na Móna door organisatorische problemen. Daardoor werd het reisplan wat veranderd, maar het stoommuseum van Stradbally werd wel bekeken. Alleen jammer dat de collectie railvoertuigen niet op deze locatie stond. In dit deel van Ierland hebben we ook weer veel met de trein gereden, zoals van Dublin via Portarlington naar Galway, en van deze plaats via de heropende lijn naar Ennis en Limerick. Velen waagden zich tijdens de stops van de trein op de perrons om foto’s te maken van de tegentreinen. Dit tot grote hilariteit van de “gewone” passagiers!

Limerick leidde natuurlijk tot limericks, die in de bus werden voorgelezen en tijdens de gezamenlijke avondmaaltijden ten gehore werden gebracht door diverse leden. Maar terwijl men nog zat te rijmen en te dichten was het alweer tijd voor een toeristische excursie, een deel van de groep ging met de bus langs enkele kastelen, steile kliffen en andere bezienswaardigheden. Anderen maakten gebruik van hun Ireland Flexi Pass om ritten te maken naar o.a. Cork, Cobh en Limerick Junction. Een enkeling kreeg het zelfs voor elkaar om een “depot – permit” los te krijgen, en zo het depot van Limerick te bezoeken waar op dat moment net gerangeerd werd met een van de (ondertussen zeldzame) diesellocomotieven van Iarnród Éireann, de Ierse Spoorwegen. Nu naderde het einde van de reis alweer. Maar niet voordat we een bezoek hadden gebracht aan de uiterst merkwaardige Lartigue Monorail in Listowel (de vroegere lijn Listowel – Ballybunnion). Deze replica van een monorail met stoomlocs (thans een diesel) is qua werking uiterst bijzonder, kijk maar naar de afbeelding!
Cork kwam in zicht en dus ook de nachtveerboot. Af en toe sijpelden ook berichten door van de tweede excursiegroep, die iets kleiner was en niet helemaal dezelfde route volgde. Zij hadden kennelijk ook wel eens een hotel met een wat mindere catering, zoals onze groep nog in Swindon zou meemaken, maar ook bij de 2e groep heeft men heel wat kunnen zien en genieten. Wij waren ondertussen, iets later dan gepland, aangekomen in Swansea. Met een trein van First GreatWestern arriveerden we in Swindon. Deze naam zegt misschien al iets van het laatste gezamenlijke reisdoel van de groep. “Steam, The Museum of the Great Western Railway” was op vrijdag 17 september de plaats waar men enthousiaste NVBS’ers kon zien die deze geweldige tentoonstelling (mét loc Evening Star!) bezochten. Schitterend vormgegeven en op de locatie van de oude werkplaats annex locomotieffabriek van Swindon, waar ooit 15000 (!) man werkten. Wel een ontzettend leuk einde van deze reis, waarin de groep elkaar al snel leerde kennen en waarderen. Tijdens de terugreis (via London Paddington, de tube en de Eurostar) werden handen geschud en afspraken gemaakt om die vele duizenden foto’s en uren videofilm eens uit te wisselen of te bekijken. We hebben allen een tweetal weken om op terug te kijken met plezier én bewondering. Bewondering voor het organisatietalent van Clemens, het goede weer en de geweldige mensen in Engeland, Ierland en op het Isle of Man. Helaas konden onze belevenissen niet allemaal in de 5 regels van een limerick. Vandaar dit verslag!

Vanwege de grote belangstelling ging een tweede groep drie dagen na de eerste op weg naar Ierland. Het programma voor beide groepen was grotendeels gelijk. Daar waar de eerste groep via Limerick en Cork met de nachtboot naar Swindon reisde, verbleven de deelnemers van de andere groep aan de kust in Wexford en Galway alvorens de oversteek naar Holyhead te maken. Vanuit Wexford werd de gelegenheid genomen om de onlangs verlengde smalspoorlijn van de Waterford en Suir Railway te bezoeken.