Bezoek aan de spoorwegwerken Antwerpen Centraal

28 maart 2005

Bezoek aan de spoorwegwerken Antwerpen Centraal

Herman Berghuijs

Op donderdag 28 maart verzamelden zich ongeveer veertig leden in de hal van het majestueuze station Antwerpen Centraal. We werden door een deskundige van de NMBS ontvangen die in de voorlichtingszaal ons een exposé gaf van de (immense) werken die in uitvoering zijn en waarvan een aantal onderdelen al vergevorderd zijn.

Het stationsgebouw met de enorme overkapping (66 meter hoog en 43 meter breed) kwam in de periode 1895-'98 tot stand naar een ontwerp van de Brugse bouwmeester Louis de la Censerie. Hij had zich het (nu inmiddels afgebrande) station van Luzern als voorbeeld gesteld. Vanaf 1975 kwamen in toenemende mate ouderdomsverschijnselen aan het licht; in het bijzonder aan de overkapping, maar ook aan de buitengevel van het gebouw en aan de vele ornamenten had de tand des tijds geknaagd. In 1985 dreigde uit veiligheidsoverwegingen zelfs sluiting van het station, maar korte tijd later kwamen de eerste budgetten voor renovatie los. Tegelijkertijd speelde de wens de capaciteit van het station te vergroten en doorgaande sporen naar het noorden, dus in de richting Nederland aan te leggen. De plannen voor de hogesnelheidslijn waren daarvoor een krachtige stimulans. De capaciteitsuitbreiding wordt verkregen door het spoorwegverkeer te verdelen over verschillende niveaus. De vier sporen voor de HSL en het verkeer naar Essen komen te liggen op niveau min 2. Op de niveaus plus 1 en min 1 komen tweemaal drie en tweemaal twee 2 kopsporen voor de overige richtingen. Niveau 0 wordt een gelijkvloers winkel- en wandelniveau.

Voorafgaande aan de verdieping van het station werd de fundering hersteld en de overkapping in de oude staat gebracht. Voor de voortzetting van de sporen in noordelijke richting werden twee enkelsporige tunnels geboord, die nabij het Damplein weer bovengronds komen. Daarbij werd bij benadering het gelijkvloerse tracé gevolgd dat tot 1873 in gebruik was, maar mede vanwege de vele overwegen toen niet langer gehandhaafd kon blijven.

Annex de spoortechnische werken worden algemene verbeteringen in de infrastructuur tot stand gebracht. Het Centraal Station krijgt een tweede toegangspartij aan de Pelikaanstraat. Daar komt een nieuw winkelcentrum met parkeergarage, mede bedoeld voor de treinreizigers. Het Koningin Astridplein wordt ondergraven, in de eerste plaats voor aansluiting van de geboorde tunnels op de sporen niveau min 2 en daarnaast voor een parkeergarage. In tegenstelling tot eerdere plannen komt de tram hier ondergronds te lopen.

De inleider memoreerde voorts dat tegelijkertijd de aanleg van de HSL in de richting Breda in volle gang is. In tegenstelling tot de situatie in Nederland is in de Noorderkempen een binnenlands station (Brecht) gepland. Dit komt met treinen van 200 km/h op een reisduur van twintig minuten zowel vanaf Antwerpen als Breda te liggen.

Na de uitvoerige inleiding daalde het gezelschap af naar de werken. De zes sporen, annex de verbrede perrons op niveau plus 1, zijn inmiddels in gebruik genomen. Een deel van de treinen rijdt ook nu nog niet verder dan Berchem. In het midden over de lengteas van de sporen blijft een vrije ruimte zodat de reiziger ook op het laagste niveau het daglicht kan zien. De ondersteuning van de zijperrons en de aanliggende sporen vindt plaats door zware betonnen funderingen. De laaggelegen sporen moeten bij Berchem weer bovengronds komen. De door een zwaar betonnen dak overspannen viersporige tunnel is in ruwbouw gereed; de aanleg van ballastbed en sporen moet nog beginnen.

De kosten van de Noord-Zuidtunnel bedragen 755 miljoen euro, die van de HSL-Noord 684 miljoen euro. Er zijn bijdragen van de Europese Unie.

De deelnemers kunnen terugzien op een interessante middag; aan beide zijden van de grens wordt hard gewerkt om het spoorwegverkeer aan te passen aan de eisen van de tijd.