Op de Rails – 2012 – Nr. 7 (Juli)

Waarom er geen El2 300 is gekomen: Het spoorongeluk bij Geldermalsen

door P.W. van der Vlist

Na een groot aantal bakwisselingen bij de viertjes mat ’46 als gevolg van het ernstige ongeval bij Weesp op 19 juni 1953 blijft uiteindelijk een Ck + B-combinatie over. Op 27 mei 1955 worden deze rijtuigen naar Werkspoor gebracht, waar met het aanbrengen van een cabine op het tussenrijtuig een tweetje kan worden gemaakt, weliswaar afwijkend van de andere tweetjes mat ’46, maar toch. Een dag later verongelukt treinstel 646 bij Geldermalsen en wordt een streep gezet door de plannen rond deze te construeren El2 300.
Op pinksterzaterdag 28 mei 1955 bestaat trein 647 uit Den Haag en Rotterdam na Gouda uit de vierwagenstellen 646 en 643 van het type mat ’46. Na Utrecht gaat de ElD4 646 alleen verder en zal doorrijden naar Eindhoven; de bagageruimte loopt achterop. Goederentrein 4584 rijdt van Dordrecht naar Geldermalsen en bestaat op die dag uit stoomlocomotief NS 4536 en zestien groepswagens voor Amersfoort (vier), Utrecht (vier), Tiel (drie), Arnhem, Nijmegen, Amsterdam, Haarlem en Alkmaar. Rond half twaalf ’s nachts botsen deze treinen op elkaar.

Spoor door de polder: De Schipholspoorlijn

door Sjoerd Bekhof

De aanbieding in 1962 van een memorandum aan de minister van Verkeer en Waterstaat leidt tot zijn besluit tot instelling op 13 juni 1963 – kort na de start van de bouw van de nieuwe luchthaven – van de werkgroep ’Spoorlijn Amsterdam – Den Haag’.
De werkgroep kreeg de naam van zijn voorzitter, mr. H.A. de Mol van Otterloo, directeur Verkeer van het Directoraat Generaal van het Verkeer. Bijna achttien jaar later was dit het resultaat: De opening van het traject Leiden – Schiphol werd op 31 mei 1981 verricht door Koningin Beatrix en Prins Claus. Loc 1602 was de eer te beurt gevallen de koninklijke trein te trekken. Kort daarna volgde in kleine kring de doop van de 1602 als ’Schiphol’ .
De doelstelling van de Commissie De Mol van Otterlo, de zogenoemde hart-op-hartverbinding tussen Amsterdam en Den Haag was een feit.

Railverkeer in en rond Porto

door Ernst Kers

Met de komst van de muilezeltram maakte de Portugese stad Porto vanaf 1872 kennis met lokaal railverkeer. In 1875 volgde de eerste regionale smalspoorlijn. Anno 2012 zijn deze systemen met elkaar verweven in een modern metro/sneltramnet en is er sprake van één spoorwijdte. Dit artikel staat stil bij de geschiedenis, het heden en werpt een blik vooruit.
Porto is gegroeid uit een nederzetting, drieduizend jaar geleden ontstaan op de noordoever van de Douro, op vier kilometer van de monding. Porto betekent haven en geeft aan dat de stad belangrijk was voor handel en transport.
De afgelopen jaren is een nieuw light rail-systeem ontwikkeld dat ’Metro do Porto’ (MP) wordt genoemd, maar op grote delen van het net veel kenmerken van een moderne tram heeft.

U kunt dit nummer of deze jaargang bestellen (indien voorradig) via onze webwinkel:
bestel dit nummer
bestel deze jaargang
bestel oud nummer