Amsterdam, wat ben je toch veranderd!

door Rob de Haan

Er hoefde niets afgebroken te worden toen de eerste spoorlijnen geopend werden. In 1839 Amsterdam – Haarlem en in 1843 Amsterdam – Utrecht. Stations werden gebouwd net buiten de gemeentegrens (De Een Honderd Roe) of net buiten de Singelgracht (Rhijnspoorstation). Hoe anders zou het worden toen een plaats gevonden moest worden voor het te bouwen Centraal Station. Nadat men het eens geworden was over de plaats werden grachten gedempt en doorbraken ontworpen om toegang te waarborgen vanuit de stad naar dit nieuwe verkeersknooppunt. Met de komst van de paardentram in de jaren ’70 van de 19e eeuw werden bruggen vervangen of verlaagd om het de paarden mogelijk te maken de tram over de brug te trekken. (De Hoge Sluis was veel te hoog). Vanaf rond 1920 kreeg het opkomende autoverkeer meer aandacht. De Dienst Publieke Werken stond paraat om straten te verbreden. Het gemeentebestuur kwam al in de jaren ’50 tot de conclusie dat de aanleg van een metronet de oplossing zou zijn voor het verkeersvraagstuk. Een groot deel van de Nieuwmarktbuurt zou afgebroken worden en dat schoot rond 1975 een deel van de bewoners in het verkeerde keelgat. Een oproer volgde en besloten werd de Oostlijn af te bouwen en verder af te zien van meer metrolijnen. Dit betekende een ommekeer in het denken over de toekomst van verkeer en vervoer in de stad. Voortaan meer aandacht voor de voetganger, de fietser en het OV.
Rob de Haan neemt ons vanavond mee door de stad om aan de hand van zijn foto’s te tonen wat en waar het stadsbeeld veranderd is. In de nabije toekomst zal de stad uitgebreid worden met jaarlijks 7500 nieuwe woningen, waarbij voor het OV een belangrijke taak zal zijn weggelegd. En dan zullen we weer zeggen: AMSTERDAM, wat ben je toch veranderd!