Le Weekend avec Citadis et Billard

18 november 2011

Reims met zijn tram en kathedraal, 18 november 2011 Foto: Karel Koploper

De champagnetram van Reims Foto: Karel Koploper

In het herfstzonnetje Foto: Karel Koploper

Typisch Frans: Billard met kasteel, 19 november 2011 Foto: Karel Koploper

De regenboogtram van Angers, 20 november 2011 Foto: Karel Koploper

Wederom de tram van Angers Foto: Karel Koploper

Het imposante kasteel van Angers Foto: Karel Koploper

Het oudste Citadislid in Orl

Nog in aanleg, maar wederom met kathedraal Foto: Karel Koploper

Le Weekend avec Citadis et Billard

door Esther van Nie

Vrijdag 18 november
En alweer pakken we onze rugzakken in om op pad te gaan. Reizen dus. Treinreizen. Het is nog donker als we ons huis verlaten, in de straat is geen verkeer. Dat kan ook moeilijk, het is opgebroken. We lopen langs de nog donkere huizen. Zelfs bij overbuurvrouw Berta brandt nog geen licht, we zijn dit keer te vroeg om te worden uitgezwaaid. Pas bij het naderen van busstation Molenwijk merken we dat we niet de enigen zijn op straat. Er staan wat mensen te wachten op bus 35, in halfslaap of met koptelefoon in de oren. De rit door Noord-West is lang, de bus stroomt vol en tegen de tijd dat we de IJtunnel naderen kan er bijna niemand meer bij. Amsterdam Noord is in elk geval wakker en ook op het stationsplein stevenen de forenzen af op bus, tram of perron. Het is alsof zij worden aangedreven door een afstandsbediening. Wij gaan op zoek naar de TGV THA 9318, rijtuig 15. Zoeken hoeft natuurlijk niet, er zijn altijd SNEers vóór ons en deze keer is het vertrekpunt Amsterdam Centraal uitgangspunt voor velen. Sommigen zijn akelig wakker, anderen gelukkig wat minder. Het gesprek van de dag is natuurlijk de ongelofelijk succesvolle 1200-excursie van een week geleden. Sterke verhalen worden verteld bij slappe koffie. De TGV raast door het landschap dat steeds vaker aan het zicht wordt onttrokken door geluidsschermen en tunnels. Soms verlang je terug naar de tijd dat Parijs nog 7 uur ver was in plaats van 3½. Voor een weekeinde als dit komt de korte reistijd goed uit, we kunnen de middag in Reims doorbrengen, de eerste tramstad van dit weekeinde. Parijs zien we nauwelijks, we maken de even klassieke als korte wandeling van Gare du Nord naar Gare de ’l Est. In al die jaren is er niets veranderd. Op Est hebben we nog wat tijd om rond te dolen voordat we doorreizen.

In Reims checken we in, we laten de bagage achter op de hotelkamer en gaan gelijk de stad in. Het zal vandaag immers snel donker zijn en er moet natuurlijk jacht gemaakt worden op de nieuwe Citadis. Hagelnieuwe trams in snoeperige kleurstellingen rijden door de straten van de stad. Soms denken we dat de champagne uit deze streek ons al naar het hoofd is gestegen. De styling en kleuren zijn op z’n minst opmerkelijk te noemen. De trambestuurder kijkt zijn hele rit door een enorm champagneglas naar buiten. Al wandelend door de wat grauwe stad, het is somber en een tikkeltje mistig, leggen we de trams voor het nageslacht vast. Reims is fraai opgebouwd na de ravage van WOI, zandkleurige gebouwen voeren de boventoon. Het hoogtepunt is letterlijk de kathedraal, waar natuurlijk aan wordt gewerkt en gerestaureerd. Nieuwe delen zijn helder van kleur, de oude zwart van de luchtverontreiniging. Binnen zijn vooral de ramen van Imi Knobel en Marc Chagall heel bijzonder. We maken wat ritjes met de tram, rood, blauw, roze, geel en oranje. Tram en baan zijn kwalitatief van hoog niveau. Alleen bij station Champagne verbazen we ons over de afstand van de halte tot het station. Deze twee plekken worden gescheiden door een hellingbaan met een hellingspercentage dat in een skioord niet zou misstaan. Kennelijk was in het project de architect van de openbare ruimte de dominante factor. In de schemering rijden we terug naar het centrum van de stad waar we deze keer de champagneproeverijen overslaan. Morgen moeten we immers weer fris aan de start staan voor een dag met de Billard.

Zaterdag 19 november
We mogen best wel even uitslapen van de reisleider, maar niet te lang. Na een echt Frans ontbijt (zonder champagne) waar we ons eigen ei mogen koken en dat zich nooit kan meten met de Duitse ontbijten, laten we Reims achter ons om via Parijs (10 haltes met de metro) en Le Mans naar Conneré-Beille te reizen. In het programma is voorzien dat we op ons gemakje, op een terras tegenover het station van Le Mans, tijdens de lunch, de trams voorbij kunnen zien trekken. Koffie (of een biertje), een croque monsieur (tosti), een zonnetje en trams. Het lijkt wel vakantie. Aangekomen in Conneré-Beille staan er twee hele fijne Billard-motorwagens uit 1947 gebroederlijk op ons te wachten. Deze museumlijn wordt ook wel de Ligne des Ducs genoemd, omdat die eertijds de landgoederen van de lokale adel met de buitenwereld verbond. Het lijntje loopt tot Bonnétable en is het restant van de vroegere tramlijn van Saint-Calais via Connerré en Bonnétable naar Mamers. De organisatie van de Chemin de Fer de la Sarthe begroet ons allervriendelijkst en ook de lokale tijger is blij met ons bezoek. Hij schijnt de waakkat te zijn wat we onmiddellijk voor waar aannemen. We zullen van Conneré-Beille naar Bonnétable rijden en weer terug. Een hobbelig baantje in een liefelijk herfstlandschap. De rode wagens kleuren goed bij de omgeving. Het zonnetje doet de rest.

In twee ploegen berijden we de lijn en komen we elkaar tegen op het eindpunt. Er zijn twee stationnetjes die mooi zijn gerestaureerd, er staan appelbomen langs de lijn, paarden komen even naar ons kijken en voor het echte Frankrijk-gevoel ontbreekt een kasteel niet. Onderweg krijgen we de nodige informatie in een Franse streektaal die niet altijd even goed is te volgen. Op de weg terug zijn er gelukkig enkele fotostops waarbij zoals altijd geldt: “kijk waar je loopt!” Gelukkig valt niemand in de meterdiepe kuil langs de baan. Na de rit mogen we rondlopen op het emplacement van deze club, maar zeker niet zomaar oversteken naar het station. De ondergaande zon kleurt alles wat rood is nog roder. Na de rondleiding nemen we afscheid van dit sympathieke lijntje en haar vrijwilligers. We reizen door naar Angers. Het is al bijna donker als we aankomen. Ook hier hebben we vanuit onze hotelkamer zicht op het station. We raken bijna gewend aan deze luxe. ’s Avonds in het hotel hebben we het welkomstdiner wat tevens het slotdiner van dit excursieweekeinde is. Onze reisleider wenst ons een erg prettige vrije zondag en ziet ons graag op maandag op tijd op het station verschijnen. We beloven ons best te zullen doen.

Zondag 20 november
Zogezegd, we zijn vandaag vrij. We kunnen terug naar Le Mans om trams te rijden. We kunnen naar Nantes om trams te rijden. We kunnen in Angers de trams rijden. We hebben keuze genoeg. Maar wat we ook zullen doen vandaag, we eindigen ongetwijfeld op het terras in de zon met een biertje. Angers heeft ons heel veel te bieden, we starten eerst maar eens met een flinke stadswandeling. De stadsplattegrond die in het hotel verkrijgbaar was, maakt het makkelijk. Een route met de hoogtepunten is al uitgestippeld, als we die volgen zien we alles. Na het ontbijt staan we tegen 10 uur buiten en lopen door de verlaten straten van de stad. Angers is nog in diepe zondagsrust. We dwalen door straten, stegen, langs villa’s en kerken en steken de rivier de Maine over op weg naar het oudste gedeelte van de stad aan gene zijde. Een enkel museum is open en het is opvallend hoeveel aandacht hier wordt besteed aan tapijtkunst. Eigenlijk is dit niet zo opmerkelijk. In de middag tijdens het bezoeken van het Chateau d’Angers zullen we het enorme Tapisserie de l’Apocalypse zien in een verduisterde zaal. Het is inderdaad op sommige punten angstaanjagend wat betreft de voorstelling van de hel. Voor de hedendaagse tijd zal het conserveren van een dergelijke serie wandtapijten de grootste uitdaging zijn. Langzamerhand ontdooit de stad en komt er meer leven in de brouwerij. Sommige winkeltjes gaan open, vers brood is natuurlijk altijd en overal verkrijgbaar en de trams rijden wat frequenter. Enkelen van ons vinden een vrije dag op zondag vanwege beperkte dienstregelingen niet handig, anderen vinden de maandag niet geschikt als vrije dag omdat de musea in de hele wereld dan gesloten zijn Het is dus altijd wat.

Na een perfecte lunch met canard fumé en warme geitenkaas zijn we klaar voor het tweede deel van de dag: de trams! In Angers geldt voor de Citadis: “One color fits all”. Alle trams zijn gelijk, wit met een striping van regenboogkleuren. Het kleurenpalet van de trams in Reims kunnen we nu beter op waarde schatten. In Angers is er gekozen voor een eigen smoel: niet het champagneglas uit Reims komt op ons af, maar een gestileerde vorm van een middeleeuws schild van een koene ridder was de inspiratiebron. De uitdaging zal vandaag moeten komen van het berijden van de hele lijn. We nemen er de tijd voor. De baan ligt er pico bello bij, de tram rijdt voorbeeldig rustig. En daarin sluipt het gevaar. Op delen van het traject waar veel winkels en voetgangers zijn, wordt met borden voor de tram gewaarschuwd. De inwoners van Angers moeten duidelijk wennen aan deze geruisloze vorm van vervoer. Er zijn zelfs folders met instructies over hoe om te gaan met de tram in het verkeer. Niet overbodig merken we. Tijdens de eerste rit die we maken kan een aanrijding met een auto ternauwernood worden voorkomen. De automobiliste had de tram niet in de gaten en krijgt een fikse uitbrander van de trambestuurder. Of “madame” niet beter had kunnen uitkijken. “Madame” rijdt weg, we merken dat ze niet de meest getalenteerde verkeersdeelnemer is. De bestuurder duldt geen krassen op de lak. Langs de lijn is een extra personeelshalte bij het depot dat er verder verlaten bij ligt. We nemen een kijkje op het terrein onder toeziend oog van de beveiligingscamera’s. Dat kan kennelijk zomaar. Alles is smetteloos en nieuw, we besluiten om over 50 jaar weer terug te komen en hopen dan hier een fijne oude verwilderde werkplaats te bezoeken om schilderachtige foto’s te kunnen maken. Teruggekomen in de binnenstad zien we inderdaad wat SNE’ers op een terras zitten met een welverdiend biertje. We sjokken wat verder en vanuit een Frans kroegje op de rotonde voor het station volgen we het komen en gaan van mensen die nog net even een stokbrood kopen voor het avondeten. De bakker heeft het ongelofelijk druk. In de stad zijn toch veel restaurants dicht, maar ach, met prettige tafelgenoten is het overal wel goed toeven.