Portret: Kees van de Meene

Genieten, fotograferen en documenteren

door Oege Kleijne

De onlangs tot erelid van de NVBS benoemde Kees van de Meene heeft zich naast zijn beroep als klinisch chemicus altijd beziggehouden met de infrastructuur van de spoorwegen. Treinen – materieel – boeiden hem, maar het meest genoot hij van de ligging van spoorlijnen in het landschap en van emplacementen in een industriële omgeving. Een trein hoefde niet altijd het onderwerp van een foto te zijn, maar de elementen als stationsgebouwen, seinen, wissels, kranen en loswegen moesten op de gevoelige plaat.

Overtuigingskracht

Kees van de Meene staat in de spoorweg(hobby)wereld te boek als historicus, publicist, fotograaf en kenner van de infrastructuur, het seinwezen en van de spoorwegarchitectuur. Om tot dit portret te komen was enige overtuigingskracht nodig, want Kees vindt de aandacht voor zijn persoon “toch wel een tikje te veel van het goede”, zoals hij dat zelf noemt. ‘Eerst die benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, dan het erelidmaatschap van de NVBS en dan nu dit portret… een beetje overdreven want zoveel heb ik nu ook weer niet gedaan voor bijvoorbeeld de NVBS, anderen komt die eer meer toe. Vind je mij een bijzondere fotograaf? Ik ken anderen die veel betere foto’s maken, hoor.’

Kees in zijn jonge jaren op stoomloc 6022 gefotografeerd door zijn vriend Roef Ankersmit op 17 mei 1957 te Arnhem.

Vriendschap

Wie schrijft over het spoorse leven van Kees van de Meene kan niet heen om zijn vriendschap met Roef Ankersmit. Ze ontdekten tijdens hun studie scheikunde aan de Universiteit van Utrecht dat ze beiden niet alleen geïnteresseerd waren in het spoor, maar dat die belangstelling zich ook uitstrekte naar wat tegenwoordig kort en bondig “infra” wordt genoemd. Tijdens het vraaggesprek spreekt Kees regelmatig over “wij” waarmee hij doelt op de gezamenlijke beleving van de hobby, hun gezamenlijke tochten en de wijze waarop hij samenwerkt bij het fotograferen en documenteren met Roef Ankersmit.

Privélezing

Bij het doornemen van de verschillende perioden waarin hij als spoorliefhebber actief was (en is), vormt de computer het centrale punt. Bij elk feit dat hij noemt, toont hij een foto of tekening. Een voorrecht om als interviewer een privélezing van deze man te krijgen, want hij tovert het ene na het andere spoorse tafereel op het beeldscherm. Foto’s die bol staan van sfeer, ook al is er geen trein op te zien. Ze getuigen van een tijdperk, waarin Nederland nog een heel net van lokaalspoorwegen bezat, overwegen nog met de hand bediend werden, er nog kolentreinen reden en ook stoomlocomotieven – zij het in hun nadagen – het Nederlandse spoor verfraaiden.

Fotovergunning

De eerste indrukken kreeg Kees als jong kind in Doetinchem waar hij woonde. Enkele jaren later verhuisde hij naar Bilthoven, omdat zijn vader een baan bij de NS aanvaardde. In de jaren vijftig profiteerde hij van het feit dat hij door zijn vaders werk gratis mocht reizen. Daarnaast kreeg hij de beschikking over een fotovergunning van de NS, die hem toegang verschafte tot NS-terreinen, dus ook tot emplacementen en stations. ‘Tegenwoordig ondenkbaar dat je zomaar langs het spoor of over emplacementen mag lopen met al die veiligheidsmaatregelen. Maar dat waren andere tijden. NS strooide in die tijd rijkelijk met fotovergunningen. Die waren vooral bedoeld voor journalisten. Je moest wel ondertekenen dat NS, als je zou worden doodgereden, niet aansprakelijk was en dat het bedrijf het gemaakte fotomateriaal “om niet” mocht gebruiken. Ook moest je je altijd ergens melden als je foto’s wilde nemen. Die vergunning was nodig om foto’s te mogen maken, want in die jaren was dat strikt verboden. Ook vanaf perrons mocht dat niet. Met deze vergunning ging de wereld voor me open, alleen was er wel een probleem als we samen (met Roef Ankersmit) op pad gingen. Maar we hadden al snel de oplossing gevonden. Wanneer we ons ergens meldden, zei ik dat Roef als veiligheidsman meeging. Dat werkte perfect en die truc hebben we heel veel toegepast’, vertelt Kees terwijl hij een glimlach niet kan onderdrukken.

Kampeerpaspoort

Een van Kees’ eerste tochten bracht hem naar Roermond. Daar laadde hij zijn fiets uit de trein en volgde de spoorlijn in de richting van de Duitse grens. Voor hem volstrekt onbekend terrein. Uiteindelijk kwam hij bij het vroegere station Vlodrop, vlakbij de Duitse grens, waar hij werd getroffen door de ligging van het spoor in een boog, de handbediende overweg en de iets verderop gelegen wachtpost. Een kleine idylle! Kees besloot om deze lijn grondig te verkennen en ook te zien wat voor soort treinen daar reed. Maar eerst moest hij zijn overnachting regelen. Hij wilde zijn tent op NS-grond opzetten.
‘Ik was in het bezit van een kampeerpaspoort. Dat kreeg je als je had laten zien dat je tijdens het proefkamperen wist hoe je een tent moest opzetten. Met dit paspoort ging ik de post in Vlodrop binnen en zei tegen de NS’er volgens de regels die ik geleerd had: “U bent de vertegenwoordiger van de rechtmatig eigenaar van de grond dus vraag ik u hierbij toestemming om mijn tent op te mogen zetten op NS-terrein.” De wachter was verbouwereerd en gaf stamelend toestemming. Dus zette ik mijn tent niet ver van het spoor in Vlodrop op en bracht daarin de nacht door. Kijk hier op deze foto zie je nog net de tent en helaas het weer zat niet mee, het regende…’
Tijdens zijn bezoek zag hij de eerste Britse verlofgangertreinen die over de lijn reden en hij maakte foto’s.

De tent waarin Kees overnachtte, niet ver van het spoor op NS-grond, met toestemming van de rechtmatig eigenaar dankzij de fotovergunning en het kampeerpaspoort, te Vlodrop. Voorbijrijdend een diesellocomotief van de serie 2400/2500 met een Britse militaire verlofgangertrein, april 1955. Foto: Kees van de Meene.

Haanrade

Een van de eerste keren dat hij onder de indruk raakte van emplacementen, was tijdens een bezoek aan Haanrade, een groot emplacement in de railverbinding van Schaesberg (nu Landgraaf) naar het Duitse Herzogenrath, net over de grens bij Zuid-Limburg. De industriële omgeving, de mijn, het enorme emplacement, de kolentreinen (in die jaren waren de kolenmijnen nog volop actief), de sporen die zowel voor als achter het stationsgebouw liepen… Het zijn onvergetelijke indrukken, waarop hij nog altijd met veel plezier terugkijkt. ‘Ik kan daar echt van genieten, ik vind het mooi, maar vraag me niet waarom…’

“Veiligheidsman”

In de jaren daarna ging hij vaak met Roef Ankersmit op pad. Samen met zijn “veiligheidsman” legde hij de laatste stuiptrekkingen van de stoomtractie vast. Vooral in Zuid-Limburg waren relatief veel stoomlocomotieven – vooral met kolentreinen – te zien.
Gaandeweg breidde de interesse zich ook uit naar alles wat er op dat moment aan een spoorlijn te zien was. Laad- en losplaatsen, seinen, zijsporen, telegraafleidingen, wachterswoningen en natuurlijk stations- en haltegebouwen. Het spoor veranderde. Niet alleen de stoomtractie verdween van het toneel, NS moderniseerde in hoog tempo. Lichtseinen vervingen armseinen, wachterswoningen vielen onder de slopershamer. Kees en Roef begonnen systematisch spoorlijn voor spoorlijn te fotograferen. Bijzondere sporensituaties, soms ook overwegen, en seinhuizen. De fotovergunning bracht hen op plaatsen die voor anderen als verboden gebied golden. Ze vroegen altijd vriendelijk toestemming, maar dat leidde soms tot bijzondere voorvallen. Kees: ‘We kwamen ergens in Zuid-Limburg in een seinhuis met het verzoek of we het bedieningstoestel op de foto mochten zetten. Dit bracht de seinhuiswachter in grote verlegenheid omdat het toestel was omgeven met foto’s van naakte dames. En later toen we op een zondagmorgen – er was toen weinig verkeer – in Nijmegen op de eerste post voor de Centrale Verkeersleiding binnenkwamen om een foto van het tableau van de sporensituatie van de lijn Nijmegen – Venlo te maken, overvielen we de man die op dat moment zijn complete postzegelverzameling voor het tableau had uitgestald. Nou, ze hoefden nergens bang voor te zijn, want we wisten de foto’s zo te maken dat er van dames of postzegels niets te zien was’, vertelt hij nog altijd geamuseerd door de wat genante situaties.
Kees raakte voor het eerst onder de indruk van een groot emplacement in een industriële omgeving in Haanrade. Hier zien we dit emplacement aan de zijde van Herzogenrath met de gereedstaande kolentrein 7628 DL en locomotief NS 4731. In de verte is de mijn Julia zichtbaar. Foto: Roef Ankersmit.

Ultieme wens

Met het verstrijken van de jaren ontdekten Kees en Roef dat er veel op en langs het spoor veranderde, maar dat hun ultieme wens – zoveel mogelijk van elke spoorlijn fotografisch vast te leggen – geen haalbare kaart was. De ontwikkelingen gingen te snel en ook was een lijn niet altijd helemaal vast te leggen. Ze beperkten zich tot wat er haalbaar was en fotografeerden niet meer alle wachterswoningen langs een spoorlijn. Ook kwamen ze tot een taakverdeling. Roef nam ruw afgebakend alle spoorlijnen (en tramlijnen waar de NS reed) ten noorden van de grote rivieren voor zijn rekening, Kees deed het zuidelijke gedeelte. Het zwaartepunt van die activiteiten lag in de tweede helft van de jaren vijftig en de jaren zestig. Maar met het fotografisch vastleggen van infrasituaties nam het tweetal geen genoegen. Min of meer in het verlengde daarvan ontwikkelde zich de wens meer te weten over wat ze fotografeerden. Al snel begonnen ze zich – voor zover de tijd dit toeliet – toe te leggen op het systematisch documenteren van de geschiedenis van deze infra. Later zouden ze zelfs een eigen lijnnummerings- en documentatiesysteem opzetten dat uiteindelijk mede de basis zou vormen voor de door wijlen ir. J.W. Sluiter samengestelde “Overzicht van de Nederlandse spoor- en tramwegbedrijven”, het standaardwerk met daarin alle belangrijke feiten over spoor- en tramwegbedrijven en hun lijnen.

Bereidwillige houding

Hun systematische aanpak van het verzamelen van informatie leidde tot veel publicaties, vooral in het maandblad Op de Rails. Daarnaast vulden ze veel artikelen aan met gegevens over sporensituaties, wijzigingen daarvan of met gegevens die weer de basis vormden voor tekeningen. Een publicatie die veel leemten in de toenmalige kennis van de meeste spoorliefhebbers vulde, was het themanummer over de (toen) moderne beveiligingen bij de NS in Op de Rails 1965.
Een niet onbelangrijk aspect bij de totstandkoming van artikelen en publicaties was hun bereidwillige houding. Maakte je duidelijk dat je serieus met een publicatie of het verzamelen van informatie bezig was, dan kon je altijd op Kees en Roef rekenen.
Het gevolg was een stroom van publicaties, ook in bladen zoals het vroegere Spoor- en Tramwegen, dat hoog aangeschreven stond als informatiebron bij de vervoerbedrijven.
Kees wist veel boeken op zijn naam te brengen, meestal in samenwerking met anderen. Zijn beknopte bibliografie is indrukwekkend (zie kader).
Kees van de Meene op zijn studeerkamer waarop hij nog steeds druk doende is dia’s te scannen en vraagstukken over de spoorweghistorie, vooral op het gebied van de infrastructuur, op te lossen. Foto: Oege Kleijne.

Archiefvraagstukken

Hoewel Kees van de Meene zelf zijn verdiensten als spoorhistoricus en -fotograaf het liefst wat naar de achtergrond duwt, kan hij terugkijken op veel activiteiten op dit gebied. Hij helpt de NVBS bij het documenteren (vooral als adviseur of vraagbaak) en het oplossen van documentatievraagstukken (‘wat bewaar je wel en wat niet en waarom’), adviseert al vele decennia het Nederlands Spoorwegmuseum (en doet dat nog regelmatig) op onder meer het gebied van archiefvraagstukken. ‘Dat zijn vaak praktische vragen. Hoe ga je om met een dienstregeling – het boekje zelf dus. Stel je dat tentoon en mogen de bezoekers ernaar kijken of is het ook een bron van informatie voor mensen die bijvoorbeeld het museum bezoeken en met een publicatie bezig zijn’, zo licht hij toe.

Nog altijd actief

Nog altijd is hij actief bezig met zijn hobby. Het verzamelen van informatie, het uitzoeken van historische problemen (hoe reed de tram uit Zwolle nu precies in de richting Elburg/Kampen over het emplacement van Hattemerbroek gezien de niet logische ligging van de wissels), het geven van lezingen op NVBS-afdelingen (dit jaar wat minder vaak) en het maken van foto’s. Dat laatste vindt hij minder nodig. ‘Als je ziet hoe veel foto’s er tegenwoordig worden gemaakt, dan is het niet noodzakelijk dat ik nog zo veel foto’s maak. Momenteel staat het scannen van foto’s, dia’s en negatieven op het programma, waarmee hij Roef Ankersmit helpt. Van het kijken naar die foto’s kan hij genieten, maar dat geldt ook voor het reizen. Uiteraard als het met de trein gaat.

Kees van de Meene

Kees van de Meene (80), hierboven op de foto tijdens zijn benoeming tot erelid van de NVBS (foto Sjoerd Bekhof), studeerde scheikunde en promoveerde in de wiskunde en natuurwetenschappen aan de Universiteit van Utrecht. Kort na zijn scheikundestudie trad hij als assistent in dienst van het Zwolse ziekenhuis (tegenwoordig Isala, het oude woord voor IJssel). Na verloop van tijd werd hij als klinisch chemicus hoofd van het laboratorium van dit ziekenhuis en bleef dat tot zijn pensionering in 1998. Door zijn hobbyactiviteiten – het fotograferen van alle spoorlijnen in Nederland en het documenteren van de geschiedenis hiervan – verzamelde hij samen met zijn vriend Roef Ankersmit veel kennis die hij ter beschikking stelde aan ieder die hem daarom vroeg en een serieuze indruk maakte. Dit leidde niet alleen tot veel publicaties in de meest uiteenlopende tijdschriften, maar ook tot een indrukwekkend bibliografie (zie kader). De boeken die hij op zijn naam bracht maakte hij meestal in samenwerking met andere auteurs. Daarnaast stelt hij op verzoek ook zijn foto’s en tekeningen ter beschikking voor publicaties. Dit heeft veel historische boeken en website over de spoorwegen in Nederland verrijkt. Vanuit zijn opgedane kennis was hij onder meer adviseur van de Raad van Toezicht van het Nederlands Spoorwegmuseum, werkte hij ook samen met de NS en ProRail en leverde hij een belangrijke bijdrage aan het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Al vele jaren verzorgt hij lezingen over de spoorweghistorie, vooral voor de NVBS. Voor veel railliefhebbers die met publicaties of onderzoek bezig zijn vormt Kees van de Meene dé vraagbaak en richtingwijzer. En als hij het niet weet en ook zijn vriend Roef Ankersmit het antwoord schuldig moet blijven, dan bezit hij een netwerk waardoor de informatie meestal boven tafel komt. Uiteraard doet ook de NVBS graag een beroep op zijn kennis en ondersteunt hij de Stichting NVBS Railverzamelingen. Kees werd in april 2016 tot erelid van de NVBS uitgeroepen en een jaar daarvoor benoemde koning Willem-Alexander hem vanwege zijn maatschappelijke activiteiten tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Niet met weemoed omzien

Hoewel voor de handliggend kijkt Kees van de Meene niet met weemoed terug naar de jaren vijftig en zestig toen hij samen met Roef Ankersmit langs Nederlandse spoorwegen reed om alles fotografisch vast te leggen. ‘Nee, ik kan ook genieten van bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe infrastructurele werken, zoals de bouw van de Hanzelijn. En vroeger was niet alles beter. Het is ook allemaal nogal betrekkelijk. Het oude station Naarden-Bussum werd indertijd vervangen door een nieuw en dat nieuwe stationsgebouw is tegenwoordig rijksmonument.’

Beknopte bibliografie
•L. van Paddenburgh en J.G.C. van de Meene, “Spoorwegstations in Nederland”, Kluwer, Deventer 1981,

•J.G.C. van de Meene en P. Nijhof, “Spoorwegmonumenten in Nederland”, Kon. Ned. Oudheidk. Bond, 1985

•H. Waldorp, J.G.C. van de Meene, “Locomotiefloodsen en Tractieterreinen in Nederland”, 1839-1958”, Schuyt & Co, Haarlem 1992

•Jacob H.S.M. Veen, met J.G.C. van de Meene, A.J. Oosting, G. Stoel, “Rails rondom de Peperbus”, Waanders, Zwolle 1980

•R.A.J. Hamoen, met J.G.C. van de Meene en E.M. Bulk, “Goud voor de Gouwelijn”, Repro Holland BV, Alphen aan den Rijn 1985

•Frits Gierstberg, Paul van Vlijmen, Anouk Gielen en Kees van de Meene, “Langs het spoor. Het fotografische oog van Kees van de Meene”, 99 uitgevers, Haarlem, 2015. Nog verkrijgbaar bij de NVBS-winkel.

•Verschillende publicaties in “Spoor- en Tramwegen”:
-1958, pag. 252 Stoomlocomotieven naar de sloper.
-1958, pag. 291 Beveiliging van Utrecht CS wordt gemoderniseerd.
-1959, pag. 78 Openingsrit Eindhoven-Valkenswaard.
-1959, pag. 263 Krachtvoertuigen op grensbaanvakken.
-1959, pag. 312 Het station Amersfoort.

•Op de Rails: 93 artikelen.