Doorstroomstation Utrecht

Grootse plannen in 1917

“Door een overwegstoring rijden er minder treinen tussen Utrecht en Schiphol”. Aan dit soort berichten zijn de meeste treinreizigers wel gewend. Maar toch klinkt het vreemd: tussen Utrecht en Schiphol liggen namelijk helemaal geen over­wegen – dus hoezo geen treinen door een overwegstoring?
­
Het antwoord luidt: Utrecht is de afgelopen jaren omgebouwd tot ‘doorstroom­station’. Er zijn heel veel wisselverbindingen verdwenen, zodat treinen niet meer kunnen uitwijken naar een ander spoor. Die worden dan dus maar opgeheven. Het gevolg: een overwegprobleem bij Arnhem of een seinstoring bij Den Bosch plant zich voort tot ver voorbij Utrecht.

De eerste doorstroomplannen

Het doorstroomconcept is overigens geen nieuwe gedachte. Utrecht is al heel lang een van de grootste knelpunten van het Nederlandse spoorwegnet. Al rond 1890 begonnen de elkaar kruisende treinen een probleem te vormen. De treinen van Gouda naar Amersfoort of omgekeerd moesten in Utrecht kopmaken. Daarbij blokkeerden ze minutenlang het hele emplacement aan de noordzijde. Een ander probleem waren de langzame goederentreinen die het station passeerden.

Er zijn allerlei plannen gemaakt om wat aan deze problemen te doen. Een van die plannen is door Victor Lansink belicht tijdens zijn toespraak bij de opening van de tentoonstelling ‘Utrecht Spoorstad’. Maar er zijn dus meer plannen geweest.

Aparte goederenlijn

Zo had de NCS in 1904 het idee om een spoorlijn van Amersfoort naar Bunnik aan te leggen, waar sneltreinen en goederentreinen gebruik van konden maken. Dat idee kwam terug in de plannen die in 1917 werden ontwikkeld. Hierbij zou een goederenlijn worden aangelegd van Amersfoort naar Driebergen, die vervolgens via een ring om Utrecht zou worden geleid, met aansluitingen op de spoorlijnen naar Arnhem, Den Bosch, Gouda en Amsterdam.

Goederentreinen zouden hierdoor Utrecht kunnen passeren zonder andere treinen te hinderen. Tegelijk zouden er ongelijkvloerse kruisingen moeten komen in de spoorlijnen naar Gouda en Amsterdam. Deze aparte goederenlijn is er nooit gekomen, en het zou nog een halve eeuw duren voordat Utrecht zijn eerste fly-over kreeg.

In dit kaartje zijn in blauw en grijs de spoorlijnen getekend anno 1917. De bruine spoorlijnen zijn nooit gerealiseerd. In groen zijn de tramlijnen van Zeist naar Utrecht, Amersfoort en Rhenen getekend. Er waren in die tijd ook plannen voor een stoomtramverbinding van Utrecht naar Driebergen. Deze lijn (geel) is nooit aangelegd. Op een klein deel van dit tracé gaat binnenkort de sneltram naar de Uithof rijden.

De lijnen naar Hilversum en Zeist

De treinen tussen Hilversum en Utrecht maakten gebruik van het station aan de Maliebaan, dat nogal ver van het stadscentrum was gelegen. Het plan was om deze treinen voortaan te leiden naar het in 1904 in gebruik genomen Buurtstation. De spoorlijn langs de Maliebaan (grijze lijn in het kaartje) wilde men dan opbreken. Pas in 1939 werd het Maliebaanstation gesloten; tegenwoordig is hierin het Spoorweg­museum gevestigd. Alleen het spoor tussen Blauwkapel en Maliebaan is nu nog aanwezig. Hierover rijden de pendeltreinen tussen Utrecht Centraal en het museum.

Zeist was met een spoorlijn verbonden met De Bilt (nu: Bilthoven). De NCS liet enkele malen per dag forensentreinen rijden van Zeist via Utrecht naar Amsterdam Weesperpoort. Het plan was om tussen De Bilt en Maartensdijk een verbindingsboog aan te leggen, zodat de treinen uit Zeist voortaan via Hilversum naar Amsterdam konden rijden. Deze verbinding is er ook nooit gekomen. De spoorlijn naar Zeist is uiteindelijk verdwenen (zie Op de Rails, december 2018).

Nico Spilt

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in NVBS Actueel, januari 2019. Geraadpleegde bron: “Spoorlijnen die nooit werden aangelegd” door H.G. Hesselink in Op de Rails, januari 1980. In dit artikel wordt ook ingegaan op de plannen voor een spoorlijn van Amsterdam via ’t Gooi naar Nijkerk. Met deze lijn wilde de SS de concurrentie aangaan met de HSM-lijn van Amsterdam via Hilver­sum naar Amersfoort.