Sporen in Moselle – augustus 2018

Le chemin de fer forestier d’Abreschviller; Plan incliné de Saint-Louis-Arzviller

Bosbouwspoor, heel breed spoor en hogesnelheidsspoor

Het in het noordoosten van Frankrijk gelegen departement Moselle biedt een interessante combinatie van railvervoer: bosbouwspoor, heel breed spoor en hogesnelheidsspoor.

Detailkaart van het gebied Sarrebourg – Saverne – Abreschviller met daarin een overzichtkaart (bron: Open Street Map).

Le chemin de fer forestier d’Abreschviller

Het bosspoor Le chemin de fer forestier d’Abreschviller is nu een toeristische spoorlijn, maar heeft een lange geschiedenis. Het toenmalige Duitse bosbeheer begon in 1884 met de aanleg van een vijf kilometer lange smalspoorlijn met de ongebruikelijke Pruisische (militaire) spoorwijdte van 70 cm vanaf Abreschviller voor het vervoer van hout. Het is de enige toepassing van deze spoorwijdte in Frankrijk gebleven. Het netwerk van de bosspoorlijn was zeer uitgebreid, en kende als bijzonderheid dat het een pashoogte beklom (met een keer steken) en daarna afdaalde in de vallei van de Gele Zorn. Daarmee lag de bosspoorlijn in twee stroomgebieden, dat van de Saar-Moezel en dat van de Rijn. Uiteindelijk groeide dit tot na de Tweede Wereldoorlog gebruikte net tot een lengte van 73 km.

Een van de scherpste bogen in het traject.

De groei van het net kende een paar extreme ‘impulsen’: ook in de 19e eeuw kwamen hevige stormen voor en voor de houtafvoer was een spoorlijn veel efficiënter. In de vallei van de Witte Saar werd ook gebruik gemaakt van flottage: bescheiden ‘treinen’ van hout­vlotten en een bewerkelijk systeem van dammetjes die een voor een werden doorgestoken om de vlotten door te laten. De valleien van de Rode Saar en van de Gele Zorn zijn veel smaller en de riviertjes voeren zo weinig water dat flottage geen alternatief was.

De eerste jaren werd de tractie verzorgd met ossen en paarden, maar in 1906 werd de eerste stoomlocomotief aangeschaft bij de Maschinenfabrik Heilbronn. Deze 100 pk Mallet compoundlocomotief nr. 1 doet nog steeds dienst voor de toeristische spoorlijn. (Een Mallet heeft twee groepen van twee assen met ieder een eigen aandrijving, waarbij het achterste stel assen wordt aangedreven met hogedrukcilinders en het voorste stel assen door de voor de tweede keer expanderende stoom in lagedrukcilinders).

In 1933 bouwde de Franse constructeur Deceauville een drieassige tender­locomotief die nu nog als museumlocomotief aanwezig is. Een diesel­locomotief van de Franse firma Coferna werd in 1953 aangeschaft. In 1958 werd nog 40.000 m3 hout – ongeveer de helft van de totale houtproductie – vervoerd. Door de toenemende toegankelijkheid voor zwaar vervoer in dit gebied werd de exploitatie van het net in 1966 beëindigd. Lees meer op Wikipedia.

De aanleg van deze bosspoorwegen was ook een belangrijke drijfveer voor de aanleg van een normaalsporige verbinding tussen Sarrebourg en Abreschviller. Op 9 janauri 1892 werd die 17 km lange lijn dan ook geopend. Ook werd vlak daarna op 1 juni 1892 een 10 km lange zijtak van La Forge naar Vallérysthal geopend. Op 31 mei 1970 werden beide lijnen gesloten voor reizigersvervoer. Op 29 januari 1989 werd de lijn La Forge – Vallérysthal ook gesloten voor het goederenvervoer, gevolgd door de lijn Abresschviller – Sarrebourg in 1991. De rails zijn verwijderd en tegenwoordig is het baanlichaam van Sarrebourg naar Abreschviller fietspad (voie verte) geworden. Maar bijna alle stationsgebouwen zijn bewaard gebleven.

De locomotiefloods in Abreschviller met de Coferna-diesellocomotief en de Mallet-stoomlocomotief nr. 1.

Vanaf 1966 werkten lokale spoorwegliefhebbers aan het idee om een gedeelte van het bosbouwnet te reactiveren. De keuze viel daarbij op het zes kilometer km lange traject Abreschviller – Grand Soldat en vanaf 1 juni 1968 reed in de weekeinden de eerste museumtrein getrokken door de Coferna-diesellocomotief. De echte dienstregeling werd begonnen op 20 april 1969 met een door de Decauville-stoomlocomotief nr. 2 getrokken trein. Tegenwoordig wordt van mei tot en met oktober frequent gereden en ook in april en oktober wordt er nog gereden.

De volledige dienstregeling met nog veel meer informatie staat op de website train-abreschviller.fr van de Le chemin de fer forestier d’Abreschviller. Inmiddels is er bij het eindpunt Grand Soldat een museumhoutzagerij en een cafetaria. Het hele traject kan ook lopend worden afgelegd en de auteur deed dat alvorens een retourrit Abreschviller Grand Soldat te maken. Er staan langs het spoor dreigende bordjes, die het medegebruik lijken te verbieden, maar de spoorlijn wordt ook gebruikt in het uitgebreide wandelroutenetwerk van de Club Vosgien.

Behalve de Mallet-stoomlocomotief nr. 1, de Deceauville-stoomlocomotief nr. 2 en de Coferna-diesellocomotief zijn er nog een tweeassige door Orenstein & Koppel gebouwde tenderlocomotief uit 1911 en een door Jung in 1944 gebouwde drieassige stoomlocomotief met losse tender. De eerste heeft een serieus herstel van vuurkist en ketel nodig, terwijl de toestand van de tweede voor zichzelf spreekt. Opvallend is het gedeeltelijke gebruik van zware houten bufferbalken. Ook de in NVBS Actueel van februari 2016 beschreven Shay-locomotieven van de Yosemite Mountain Sugar Pine Railroad waren voorzien van een dergelijke bij dit soort vervoer horende bufferbalk.

De locomotiefloods in Abreschviller met de drieassige Jung stoomlocomotief uit 1944 en de Deceauville-stoomlocomotief uit 1933.

De Orenstein&Koppel-locomotief uit 1911.

Plan incliné de Saint-Louis-Arzviller

Heel erg breed spoor bevindt zich bij Arzviller in het Canal de la Marne au Rhin (Marne – Rijnkanaal). Dit 314 km lange kanaal met oorspronkelijk 178 sluizen werd tussen 1838 en 1853 aangelegd. Het kanaal is aangelegd volgens de Freycinet-standaard. (Een Peniche Freycinet noemen wij een spits: een vrachtschip waarvan de afmetingen zijn afgeleid van de maten van de sluizen en kanalen in Frankrijk, ofwel 38,5 m lang en 5,05 m breed.)

De procedure bij het hellend vlak van Arzviller.

Een serie van 17 sluizen is in 1969 vervangen door het plan incliné (hellend vlak) van Saint-Louis-Arzviller. Afleggen van het traject met de 17 sluizen nam vroeger een hele dag in beslag. De sluizen en de meeste oude sluiswachterswoningen zijn er nog en een van de sluiswachterswoningen (Nº 4) is tegenwoordig zelfs als Gîte te huur. Door de sluizen loopt tegenwoordig een fietspad op een stalen constructie.

Een bak van 41,5 meter lang en 5,5 meter breed overbrugt in 4 minuten een hoogteverschil van 44,5 meter. Boven vaart een schip in deze met 750 m3 water gevulde bak, deze rijdt in de breedte op zo’n 25 meter van elkaar liggende rails naar beneden en daar verlaat het schip de bak aan de andere kant. Twee contragewichten van 450 ton ieder zorgen er voor dat met twee motoren van elk 120 pk volstaan kan worden voor het bewegen van de bak. Het geheel wordt bijna uitsluitend voor de pleziervaart gebruikt.

Op 4 juli 2013 ging dit heel erg mis. Terwijl een rondvaartboot aan het invaren was ging de bak een stukje naar beneden. De rondvaartboot kwam klem te zitten, een kanaalgedeelte liep leeg en het verderop gelegen plaatsje Lutzelbourg werd tijdelijk geëvacueerd. Pas op 2 mei 2014 kon het complex heropend worden. Zie de foto uit het officiële onderzoeksverslag van dit incident.

Ten westen van Arzviller loopt het kanaal samen met de oude spoorlijn Paris-Strasbourg in twee 2300 meter lange naast elkaar liggende tunnels. Interessant detail: de kanaaltunnel loopt uiteraard waterpas maar voor de spoortunnel is dat niet nodig: het spoor komt aan de Elzasser kant een stuk lager uit de grond. Het traject Sarrebourg – Saverne is overigens ook verder spectaculair: de trein doet nog een paar keer haasje-over met het kanaal en met de rivier de Zorn; zelfs het kanaal steekt de Zorn over. De vallei van de Zorn is een kleine maar specta­culaire ‘Grand Canyon’.

Het imposante viaduct van de oude spoorlijn Sarrebourg – Saverne over het Canal de la Marne au Rhin bij Arzviller.

De kasteelruïne in Lutzelbourg.

Het nabijgelegen Lutzelbourg beschikt over een kasteelruïne en over het Hotel-Restaurant des Vosges dat sinds de jaren 70 niet veranderd lijkt te zijn. De ervaring met een menu du jour leerde dat dit ook helemaal niet nodig is.

De jaagpaden langs het Canal de la Marne au Rhin worden uiteraard al lang niet meer als zodanig gebruikt, maar men heeft er met name tussen Arzviller en Strasbourg (60 km) fraaie fietspaden van gemaakt.

De in Lutzelbourg opgestelde ‘jaaglocomotief’.

Interessant is dat na de Eerste Wereldoorlog geëxperimenteerd werd met allerlei vervangers van het traditionele jaagpaard: tractoren, zowel diesel als elektrisch en vervolgens de elektrische locomotiefjes. Je ziet op allerlei plaatsen de kleine locomotiefloodsjes, soms ook een elektrisch onderstation, en een enkele maal vind je ook nog wat resten van de spoorrails. In Lutzelbourg staat nog een gebruikte ‘jaaglocomotief’ opgesteld.

Het station van Saverne.

De westelijke ingang van de Tunnel de Saverne met twee tunnelbuizen in de TGV-lijn Paris-Strasbourg.

Het snelle spoor

Tot slot het snelle spoor. Dit is uiteraard de TGV-lijn van Paris naar Strasbourg. Bij Dannes-et-Quatre-Vents loopt deze door een van de weinige tunnels in het Franse TGV-net: de op 3 juli 2016 in gebruik genomen vier kilometer lange Tunnel de Saverne.

Tekst en foto’s (eind juni 2018): Frits van Buren. Tekstbijdrage: Marc Schmitz.


Reis- en verblijftips

De auteur van dit artikel koos eind juni het plezierige Logis de France Hotel-Restaurant Notre Dame de Bonne Fontaine in Danne-et-Quatre Vents iets ten oosten van Phalsbourg als uitvalsbasis. Dit hotel ligt net in de bossen en ligt op tien minuten lopen van de TGV-Est, waar je in het hotel overigens geen enkele overlast van hebt. Voor de geoefende wandelaar is vandaar uit ook de fraaie plaats Saverne goed te bereiken. Ongeveer twee kilometer ten zuidwesten van Saverne liggen de indrukwekkende resten van het kasteel Le Haut-Barr.

Kasteel-ruïne Le Haut Barr bij Saverne.

Voor wie dieper in de Vosges-Mosellanes wil kamperen is er een kleine (33 plaatsen) camping in Abreschviller, direct naast de bosspoorlijn. Voor wie kamperen iets teveel is: tegenover de camping ligt een grote Gîte Communal (een soort verbeterde jeugdherberg waar je een eenvoudige kamer kunt huren) en met wat geluk heb je uitzicht op het spoor. En in Abreschviller is ook Hotel-Restaurant Les Cigognes.

Tussen Lutzelbourg en Saverne loopt de oude spoorlijn Paris-Strasbourg parallel aan het Canal de la Marne au Rhin, maar het fotograferen wordt bemoeilijkt door de dichte begroeiing. Fotograferen is wel goed mogelijk bij het station van Lutzelbourg, het voormalige station van Arzviller en op en bij het station van Saverne. Het fotograferen op stations in Frankrijk wil nog steeds wel eens aanleiding geven tot enige discussie met de ‘autoriteiten’ van de SNCF. In principe is het fotograferen al vele jaren vrijgegeven maar het ‘Plan Vigipirate’ kan bij terreur­dreiging beperkingen opleggen.

Deutsche Bahn geeft aan dat de reis per trein van Utrecht naar Sarrebourg (via Duitsland) 6½-8½ uur vraagt. Openbaar vervoer in de besproken regio is – zoals in zoveel gebieden in Frankrijk – zeer schaars. Per auto verloopt deze reis via Maastricht en Saarbrücken volgens ViaMichelin in 5½ uur.

Abreschviller, Arzviller, Saverne en Danne-et-Quatre-Vents staan op de zeer gedetailleerde 1:25000 IGN-kaart 3715OT. Deze kaart is ook uitstekend bruikbaar om onder andere langs het Canal de la Marne au Rhin te fietsen.

Ook de Eisenbahnatlas Frankreich – Band 1: Nord, uitgegeven door Schweers und Hall (128 blz, schaal 1:300.000 met aanvullende 1:75.000 detailkaarten) kan een nuttig hulpmiddel zijn. Leden van de NVBS kunnen deze atlas kopen in de NVBS-winkel (artikel­nummer 212-0093, prijs € 34,00).