Geallieerde spoorwegen

Presentatie door Hans Altena

De bevrijding van Europa had niet mogelijk geweest zonder de inzet en het materiaal van de Military Railway Services, of op zijn Nederlands gezegd, de Geallieerde Spoorwegen. Na de aanval op Pearl Harbor op 7 December 1941, raakte Amerika betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. Vrijwel direct is men aan de slag gegaan op vele fronten om de vijand te keren. De Amerikaanse industrie werd op grote schaal ingeschakeld om militaire voertuigen te ontwikkelen en produceren, zo ook spoorwegmaterieel. Want men had reeds bedacht dat de spoorwegen de ruggengraad van alle militaire operaties in de diverse gebieden zouden gaan vormen. De enorme hoeveelheden goederen konden alleen maar op die wijze door de te bevrijden landen worden getransporteerd. Door middel van calculaties had men berekend 100.000 stuks materieel nodig te hebben voor deze taak en rekende men er niet op dat ter plaatse aanwezig materieel nog bruikbaar zou zijn. In samenwerking met Engeland werd de productie van M.R.S. materieel vormgegeven. Na de oorlog hadden vele landen behoefte aan spoorwegmaterieel waardoor overnames werden gedaan uit de legerdumps die na de oorlog gevormd waren in diverse landen. De N.S. kocht op die wijze ook diverse stoom- en diesellocomotieven en diverse wagentypen. Een bekend type vormt de Whitcomb diesellocomotief, annex N.S. 2000, waarvan sinds 2018 twee exemplaren weer in Nederland aanwezig zijn. Hans Altena was nauw betrokken bij de repatriëring van beide locomotieven en kan uit de eerste hand vertellen hoeveel logistieke voeten dit in aarde had. Daarnaast is hij de voorzitter van de Stichting 162. Een stichting dat materieel van de Geallieerde Spoorwegen in bezit en in de afgelopen 10 jaar gerestaureerd heeft. Aan de hand van historische maar ook recente beelden belicht hij dit vergeten stuk geschiedenis.

Foto: USATC Whitcomb locomotieven wordt verscheept vanuit de Southampton Docks naar Frankrijk (september 1944, Photo: IWM London).