Bovenleiding in Nederland 1924-1966, deel 2

Presentatie door Jan Tromp

Van puddingen, portalen en perikelen

Na de Eerste Wereldoorlog was men van plan om de treindienst op de Oude Lijn te versnellen. Er werd vanwege het succes van de Hofpleinlijn gekozen voor elektrificatie. Na uitvoerige studies over de te gebruiken stroomsoort werd in 1924 met een proefbedrijf tussen Den Haag HS en Leiden begonnen. Al spoedig was de gehele Oude Lijn onder de draad en in de jaren daarna volgde een aantal zijlijnen. In 1938 was het al mogelijk om elektrisch naar Arnhem en Eindhoven te rijden.

Na de Tweede Wereldoorlog was hier vrijwel niets meer van over. In een recordtempo werd dit elektrische net weer opgebouwd. In het tweede deel van “Bovenleiding in Nederland” wordt nogmaals stilgestaan bij de wijze van aanleg en de constructie en wordt de opbouw van het net in het begin van de jaren vijftig naar het noorden, oosten en zuiden behandeld.

Daarna komen de gevolgen van de Watersnoodramp aan de orde en de verdere uitbreidingen daarna. Ook komen diverse onderwerpen aan bod als ongevallen, onderstations en Madurodam, en wordt een blik over de landsgrenzen geworpen.