| symposium |
|
Onderdelen van het jubileum Thema van het jubileum Treinfeest Treintrekken Tramfeest Jubileumboek en DVD Tentoonstelling symposium Fotowedstrijd Organisatie Startpagina Summary in English |
Jubileumsymposium
Op 13 mei 2006 organiseerde de NVBS in samenwerking met de afdeling Verkeerskunde en Vervoertechniek van KiviNiria een symposium met als titel "Het railvervoer in Nederland - terugblik en toekomst", zie het programmaboekje. Dit symposium richtte zich zowel op professionals uit het vakgebied als op de geïnteresseerde hobbyist. De laatsten waren in de vorm van NVBS-leden ruim vertegenwoordigd onder de ca 125 deelnemers, maar er was ook een behoorlijk aantal professionals en studenten aanwezig. In de ontvangstruimte was naast de aanmeldingsbalie ook een stand van het documentatiebureau aanwezig, en misschien nog belangrijker voor de deelnemers, koffie en thee.
Na de opening werd de leiding in handen gelegd van G.J. Binkhorst die als "treindienstleider" het tijdschema in de gaten hield en met af en toe een kwinkslag de zaal in de gelegenheid stelde met de sprekers in discussie te gaan. In de inleidingen die daarna volgden had de terugblik slechts een bescheiden plaats; slechts een enkele spreker ging zo ver terug als 1931. Veel meer aandacht was er voor de huidige praktijk van het openbaar vervoer, de rol van de overheid daarin en van de (veelal particuliere) bedrijven die het vervoer verzorgen.
De eerste spreker C. Verweijen gaf een interessant beeld van hoe het vervoer, met name de stoomtramlijnen uit de eerste helft van de 20e eeuw, de vestiging van velen bepaalden, en hoe de opkomst van de auto en de autobus een meer gespreide vestiging veroorzaakten. Hij bepleitte een taak voor het railvervoer in op het centrum van de steden gerichte verbindingen en op enkele tangenten.
Evenals enkele andere sprekers heeft hij goed naar de praktijk in Zwitserland
gekeken. Een interessante vergelijking is te maken tussen Leiden en Bern,
twee ruwweg even grote steden. In Zwitserland heeft men de meeste
interlokale tramlijnen gehandhaafd, en zo is in Bern in de afgelopen tientallen jaren
het vervoer verdubbeld, terwijl in Leiden het openbaar vervoer juist gehalveerd is.
De heer Spaargaren van NS-Reizigers liet zien hoe NS probeert het reizen per trein aantrekkelijker te maken; hoe de gewenste voorzieningen afhangen van de reisduur, en van het type reiziger. Enkele aanwezigen in de zaal lieten blijken dat de NS nog veel te doen heeft voordat het doel bereikt is. Over de nieuwe dienstregeling zei Spaargaren nog dat het streven de frequentie van de treinen te verhogen als consequentie heeft dat de rijtijdverschillen tussen snel- en stoptreinen kleiner moeten worden, althans op de twee-sporige baanvakken. Klik hier om de presentatie van de spreker te zien.
De heer Brugts die de derde voordracht uitsprak zag verrassende overeenkomsten tussen de situatie met de interlokale trams en die in het goederenvervoer. Met name betreft dit de netwerkopzet. Het goederenvervoer is in vergelijking met de jaren 30 veel grootschaliger geworden. Op dit moment is nog de helft van het vervoer gericht op afzonderlijke wagenladingen. Onvermijdelijk zal het spoor hier nog terrein verliezen. De grote kracht van het vervoer per spoor ligt in treinen voor gesloten vervoer en shuttle-treinen. Deze laatste maken nu 15% van het vervoer uit en hier ligt vooral het werkterrein van de nieuwe vervoerders. Een belemmering voor het Europese goederenvervoer per spoor is de lappendeken van voltages, veiligheidssystemen en spoorbreedten. De EU is bezig aan standaardisatie. De spreker verwacht een grote sanering in het locomotievenpark. Door de grotere snelheden zal met een kleiner aantal locs kunnen worden volstaan. Gunstig is dat lease-maatschappijen zich op deze markt storten; zij zullen met electrische locs komen die geschikt zijn voor b.v. de Betuwe-route. De grotere snelheden zullen mede veroorzaakt worden door kleiner oponthoud bij grenzen en knelpunten. Klik hier voor de dia's van de spreker.
De heer Van Setten van het vervoerbedrijf Syntus liet zien dat het succes van zijn bedrijf vooral te danken was aan zorgvuldige afstemming van trein- en busvervoer, en het vermijden van buslijnen evenwijdig aan spoorverbindingen. Hij noemde enkele voorbeelden waar de overheid kansen heeft laten liggen om vergelijkbare verbeteringen te bereiken. In het nabije verleden hadden aanbestedingsprocedures vaak te weinig te maken met de belangen van de reizigers. Ook hier valt veel te leren van de Zwitsers. Zij slagen erin om een goed samenhangend systeem van openbaar vervoer te maken terwijl er toch veel verschillende vervoerders in één gebied actief zijn. Klik hier voor de dia's van de spreker.
Hierna was het pauze en velen maakten van de gelegenheid gebruik om vanaf het balkon voor de ontvangsruimte een blik te werpen op de werkzaamheden op het stationsplein van Rotterdam. Na de pauze was er zoals dat hoort in een symposium een forum discussie. Het forum bestond uit:
Ondanks dat de stellingen die aan het forum werden voorgelegd als controversieel bedoeld waren, was het forum toch behoorlijk eensgezind. Vooral de rol van de overheid in het hele proces kan beter; nu werken allerlei overheidsorganen nog veel langs elkaar heen, en ook het beleid van één overheid is vaak inconsistent. Zo zijn er gemeenten die aan de ene kant per se een station willen hebben, en tegelijk uitbreidingen plegen die een eind van het station verwijderd zijn. Door middel van de aanbestedingen kunnen overheden veel doen om het openbaar vervoer te bevorderen. Railvervoer kan een goede toekomst hebben als tram, trein en bus niet als concurrenten, maar als onderdelen van één systeem worden gezien.
Trekker De trekker van het symposium was Martin M.R.W. Bos. De trekker is per e-mail te bereiken op het adres van de jubileumcommissie: info@nvbs75.com. |
Verder op deze pagina Openbaar vervoer en ruimtelijke ordening Goederenvervoer en Marktwerking Marktwerking, nieuwe vervoerders en decentralisering bevoegdheden |