| |
Excursies
NVBS Excursies
Aankondigingen
Overige Verslagen 2001
|
|
Reisverslag van de NVBS-SNE reis "Sporen in het land van Mao en Kim Il Sung". (11 augustus 2001)
Esther van Nie
Dit reisverslag is een zeer sterk verkorte versie van het verslag dat te vinden is op:
www.van-nie.com/china_leeswyzer.htm.
Deze pagina's zijn gemaakt door Esther van Nie.
Voor de foto's die bij dit verslag behoren verwijzen we u naar de volgende pagina's:
Toeristisch en diversen
China
Noord Korea
Het verslag is thematisch opgebouwd, niet chronologisch.
C H I N A
Inleiding.
Het is 4 september, we staan te wachten bij de bagageband op Schiphol. Vermoeide rode koppen en in het zeer
schone Schiphol zien we dat onze kleren wel een stevige wasbeurt kunnen gebruiken. Onder onze bijzonder
geprofileerde schoenen vinden we nog de resten van een indrukwekkende reis: kolen, olie, gras, slijk,
modder, staaldeeltjes, rijst en wie weet nog een flinke Chinese fluim. Hier en daar gaat een koude rilling
over de rug. In Beijing was het nog zomer met zo'n 28 °C, we zijn in Nederland gelijk in de herfst geland,
regen en zuidwester storm vormen een echte "cooling down". China ligt nu al weer ver weg, maar is nog erg
dichtbij. We hebben een prachtige vakantie gehad!
Wat zeg je? Vakantie? Ik hoor onze Grote Reisleider Geert het nog vaak zeggen: "Ik heb goed nieuws en ik heb
slecht nieuws. Het goede nieuws is dat de excursie doorgaat, het slechte nieuws is dat we morgen om 5 uur
op moeten." Vakantie noemen ze dat, niks uitslapen, niks "lazy mornings". Al rap wordt het me duidelijk dat
ik in een straf reisregime ben beland. Het motto van de SNE moet wel zijn: "Reizen is Werken". Slapen
doen we thuis wel weer.
Stoom en andere railrijders. China loc-voor-loc.
Chengde
Onze eerste echte line siding stop is Chengde, een kleine provincieplaats van zo'n 300.000 duizend inwoners
en een verademing ten opzichte van het massale Beijing. Het begint al goed bij aankomst in het hotel. Het
geluid van de stoomfluiten komt onze hotelkamer binnen en we zien dat we naast het emplacement slapen! Dat
wordt genieten en ik zie ook al enkele groepsgenoten naar de ramen in het trappenhuis rennen om foto's te
maken. We vertrekken met de bus naar een mooi uitzichtpunt en worstelen ons eerst door riolen en
achterbuurten een weg naar boven. Eén stap omhoog, twéé naar beneden, maar we komen er wel. De kolenwagons
worden door verschillende spannen getrokken naar de staalfabriek maar er is geen sprake van een
dienstregeling. We lopen langs het spoor naar onze stek en worden "overvallen" door het eerste span. Wat
een geweld en lawaai daar op de rails. We hopen nu maar vurig dat dit niet de laatste combinatie was van
deze morgen. We hebben geluk, we zien er nog 4 voorbij komen en mogen absoluut niet klagen. Voordat ik het
weet sta ik volleerd in de fotolijn te knippen alsof ik nooit anders gewend ben en mijn eerste locnummers
komen in het opschrijfboekje. Ik blijk niet alleen mijzelf te verbazen, maar ook de reisleider. En achter
mij roept iemand perplex: "Heb jij geen camera bij je?" Alsof het de eerste doodzonde is in deze groep.
Het antwoord van mij eega is gevat genoeg, hij heeft immers een cameravrouw bij zich! In de middag
verspreiden we ons over het stadje, sommigen gaan es kijken bij het viaduct net buiten de stad, wij gaan
terug naar de stad, daar liggen ook rails en inderdaad, op de overweg worden we weer verrast door stoom.
En ook in de wirwar van kleine straatje is er een spoorviaduct, de stoomloc dendert over de markt. De
eerste stadswandeling is erg de moeite waard. Het echte Chinese leven gelardeerd met locs.
Shen Yang
In Shen Yang zullen we het railmuseum gaan bezoeken. We komen er al gauw achter dat het begrip museum iets
anders inhoudt dan wij verwachtten. We rijden naar een achterafbuurtje, de buschauffeur weet de weg
nauwelijks. En daar, buiten in de openlucht in lijn, staan een aantal oude locs opgesteld, velen daarvan
in bijzonder deplorabele staat helaas. Niet meer in werking, ze staan uitgerangeerd aan de zijlijn van een
groot emplacement waar ook nog heel veel ander (nieuw) materieel te bezichtigen is, diesel en elektra. We
kijken onze ogen uit, klimmen overal op en in (blijkt dat één van de locs als toilet in gebruik is, zonder
spoeling) en nemen een kijkje in de werkplaats en de verblijven van het personeel. Het is ook hier heel
gebruikelijk de was te doen op je werk en je prakje op te warmen op geïmproviseerde kacheltjes. Kolen te
over in dit land. Een gerestaureerd model is kortgeleden naar buiten gereden, een andere loc staat klaar
voor revisie. Er is dus nog hoop voor de andere locs in de lijn. We bewegen ons tussen de olieplassen en
gaan op weg naar een ander stukje "museum". Ook hier weer een desolaat rijtje locs op afgelegen terrein.
Anshan
Het bezoek aan de hoogovens van Anshan mag van mij toch wel als één van de hoogtepunten van de reis worden
beschouwd. Aangekomen bij de hoogovens krijgen we allemaal een bouwhelm en daarmee is het hele hoofdstuk
"veiligheid" behandeld. We lopen onder de ertsaanvoerlijnen door, er zijn weliswaar netten gespannen, maar
toch en rechts van ons aan de overkant van de sporen wordt het vloeibare erts gegoten in transportbakken.
We lopen er maar gewoon langs ondanks het spatten. Vervuiling heeft ook zeker zijn esthetische kanten en
als we even later de eerste stoomlocs zien rijden is ons plaatje compleet. Een uitgebreid emplacement
ligt voor onze voeten en we kunnen de hele morgen naar hartelust fotograferen. Het is een imposant plaatje:
de zwarte locs met de walmende hoogovens.
De manschappen fietsen er slim tussendoor, allemaal met een aluminium trommeltje achterop. Af en toe zien
we inderdaad de vrouwen van de catering op de fiets het eten rondbrengen. Met deze temperaturen doet ook
de ijs- en ijswaterverkoopster goede zaken, ze is erg blij met onze aanwezigheid. Het water smaakt best,
maar die ijsjes ...
's Middags besluiten we om tramlijn 501 van voor tot achter geheel te doorgronden. Het oude Japanse
materieel rammelt aan alle kanten, maar het rijdt. Of het ook op tijd rijdt is ons niet helemaal duidelijk.
Aan het eind- en beginpunt klontert het behoorlijk samen en zijn de bestuursters en conductrices erg druk
met het breien van de warme truien voor de komende winter. Ik denk ook dat het erg koud zal zijn in deze
tochtige tramstellen. De lijnopzichtster zet het stel weer kordaat aan het werk. Breien doe je thuis maar!
De grasbaan ligt er mooi bij, de rails volgens mij iets minder, tijdens de rit schommelen we behoorlijk
heen en weer. Ook hier weer is het opvallend dat de haltes behoorlijk ver uit elkaar liggen. Je zal dus niet
snel vergeten uit te stappen.
Jinpeng Pas e.o.
De Jinpeng Pas is het andere hoogtepunt van onze reis wat betreft line siding. De pas ligt in Binnen Mongolië,
een ander gebied dan waar we tot nu toe waren: kaal, heuvelig en leeg. De mensen zien er ook anders uit en
er is naast het Chinees ook de Mongoolse taal. Onze standplaats is Reshui en we nemen onze intrek in het
Telecom Hotel. Wij hebben weer uitzicht op de stoomtreinen die in het dal voorbij rijden. Beter kan niet.
's Middags beginnen we koortsachtig met line siden. Ondanks wat gemopper op de heuvel van de
telekanonfotografeerders vinden we allemaal een stek en nemen plaats. De gids verdwijnt in het maïsveld,
ik posteer me vlak naast de baan. De beleving van dichtbij trekt me nog het meeste. De eerste heuvel is nog
nauwelijks goed en wel beklommen of we horen gerommel in de verte. Na enige tijd komt het onweer naar ons
toe en houdt het op met zachtjes regenen. Het line siden verandert al rap in line sliden. We glijden de
heuvel af door de modder die erg hardnekkig aan onze zolen blijft kleven. De eerste mooie plaatjes zijn
gemaakt ten koste van een nat pak, we zien er uit als een stel verzopen katten. We trekken verder, het
onweer blijft hangen waar het hangt en wij zoeken met de gids naar tunnels en overwegen, de treinen rijden
hier bijna af en aan door het bochtige traject. We hoeven niet lang te wachten en morgen is er weer een
dag, het wordt het rap donker.
De volgende dag kunnen we om 5 uur beginnen en zullen tot 5 uur op de pas bezig zijn. De vele lussen in de
baan geven ons veel werk en de variëteit in fotogenieke plaatsen is erg groot en het traject is voor het
grootste gedeelte niet erg begroeid, zodat vanaf de heuvel de baan mooi in zicht is. De chauffeurs rijden
af en aan, maar naar boven lopen, naar de top van de heuvel moeten we toch echt zelf doen. Het is bloedheet,
maar niet zo vochtig. De chauffeurs regelen ook eten voor de lunch: maïs en aardappelen.
De volgende ochtend lopen we van Reshui naar Galadestai. Stoomfluiten blijven door het dal heen klinken.
Tijdens de wandeling betrappen we weer een loc op de spoorwegovergang. Op het station van Galadestai is
geen mens te bekennen, het zal wel zo zijn dat iedereen pas in actie komt als wij 's avonds vertrekken.
Waarschijnlijk hebben we één van de laatste passagierstreinen ter wereld die volgens dienstregeling rijden
èn door stoom getrokken worden. Op een schoolbord in de gang staat de dienstregeling waarschijnlijk
geschreven, we kunnen er geen touw aan vastknopen, maar zijn nog het meest verbaasd over hoe netjes het
allemaal met bordkrijt geschreven is. Zelfs het logo van China Rail is nagetekend en ingekleurd. De
stationscommandant heeft een mooi bureau en een zijn bed staat opgemaakt in de hoek van de kamer, het
laken heeft het logo van de maatschappij. Als we 's avonds vertrekken is er ineens allerhande personeel
en we moeten toch vooral achter de witte lijn blijven op het perron. De stoomloc hijgt en puft het station
binnen en op mijn bed in de wagon vind ik een fijne laag kolengruis. Helaas is het al donker en kunnen we
het traject niet meer goed zien, maar het geluid van de loc vergoedt veel. 's Nachts wordt er van loc
gewisseld en de volgende morgen kunnen we weer op het perron zien hoe er water wordt ingelaten. Wat later
krijgen we dan toch een dieselloc die ons het laatste stuk naar Jinning zal trekken. In Jinning stappen we
over op de lijn naar Baotou.
In de trein, hard of soft.
Treinreizen is een hele belevenis. In het land van het communisme kennen we natuurlijk geen klassen, het
verschil in slaap- of zitplaatsen wordt aangegeven met "hard" en "soft". Maar voordat je je plaats kunt
bereiken is er wel een goede voorbereiding nodig. Op het laatste moment in de trein springen is er niet
bij, eerst moet je netjes in de wachtkamer zitten die hoort bij jouw klasse en dan kan de gids voor je
onderhandelen of je eerder het perron op mag dan de andere reizigers. Dat gaat zomaar niet en ik hoor de
gids in het Chinees vragen: "Wat schuift 't?" Het blijkt per persoon zelfs meer te "schuiven" dan de prijs
van het treinkaartje en we weten nu ook wel zeker dat onze gids, die in zijn introductie nog vertelde geen
goede handelaar te zijn, zeker ook mee schuift in deze transactie.
In de soft klasse heb je wat meer ruimte en kan de wagon niet ongelimiteerd gevuld worden met Chinezen. Soms
is het verschil slechts een kleed over de stoel en over de tafel. In de hard klasse is het altijd een erg
levendige boel. Het rijtuig is bomvol en er wordt af en aan gelopen met karretjes van de catering. Drinken,
snacks, warme maaltijden, hele kippen, zonnebloempitten, de Chinees brengt de tijd al etend en drinkend
door en in korte tijd kan de vloer in een slagveld veranderen. Etensresten worden gemengd met een
babyplasje, geen probleem.
China Rail heeft daar iets op verzonnen. De overvloed aan personeel wordt op alle fronten ingezet. Het beroep
van conducteur houdt tevens in dat je je eigen rijtuig schoon moet houden. De conducteurs komen met
regelmaat langs met de bezem en met de natte dweil. Voeten van de vloer! We weten inmiddels waar die
dweilen vandaan komen en willen de smurrie uit het toilet niet over onze schoenen hebben. Aan de extra
bedrijvigheid van het personeel merken we dat we de thuishaven naderen. De gordijnen worden recht gehangen
en de vitrages voor onze neuzen geschoven. De trein dient netjes het station binnen te rijden en je mag de
vitrage dus echt niet meer terugschuiven voor meer uitzicht. Er ontstaat een levendig open en
dichtschuiven totdat één van de twee partijen het opgeeft.
Als een Chinees in de trein niet eet, dan is er sprake van een levendige discussie. Ook met wildvreemden wordt
er flink heftig en luidruchtig gepraat. De schillen van de zonnebloempitten vliegen alle kanten op. Het
maakt eigenlijk niet uit wie er tegen over je zit, een Chinese begon een prettig gesprek met ons, wij
spraken Nederlands terug en dat ging wel een tijdje door zo. Totdat ze merkte dat een andere Chinees toch
wat meer respons gaf op haar gespreksonderwerpen. En over de banken heen worden we natuurlijk wel goed in
de gaten gehouden.
Wc- en darmverhalen.
Nog nooit heb ik een reis meegemaakt waarin zoveel over toiletten en darmstelsels werd gepraat. Slechts enkelen
onder ons zijn er echt helemaal genadig afgekomen, hoewel hun darmconcerten 's ochtends en 's avonds soms
door de bordkartonnen muren van de badkamers heen te horen zijn. De meeste hebben in meer of mindere mate
toch de diversiteit in openlucht- en treintoiletten meegemaakt. Je hoopt maar dat het rijden op zo'n
treintraject tijdens je bezoek aan het hurkgat wat soepel verloopt.
Hutongs en markten.
Een hutong is een wir war van straatjes en steegjes en is synoniem voor gezelligheid en volkswijk. De woningen
zijn gebouwd rond een binnenplaats die uitkomt op een straat. Het is nogal in zichzelf gekeerd, maar in de
straten vindt het leven zich bijna geheel buiten plaats. Alle denkbare handel is vertegenwoordigd, de was
wordt gedaan, een kind gaat in de tobbe, vis wordt schoongemaakt en er worden pannenkoeken gebakken.
Schoenen lappen en kleding verstellen, het gebeurt allemaal op straat terwijl u wacht. In de huizen is
weinig ruimte voor al deze activiteiten en afvoer voor water en vuurplaatsen is er vaak niet. In het begin
voel je je enigszins gegeneerd als je door deze zichtbare armoede loopt, maar al gauw worden we weer van
alle kanten begroet en er wordt zo te zien geen honger geleden. Baby's en kleine kinderen zien er goed
doorvoed uit. Mensen geven ons niet de indruk ongelukkig te zijn ondanks een leven van hard werken.
De mooiste hutong wandelingen hebben we in Datong gemaakt. In de schemering van een hete zomerdag. Armoede en
gezelligheid, nog even naar de kapper gaan of een wok kopen. In sommige straatjes lopen kindertjes achter ons aan.
Eéntje heeft goed opgelet op school tijdens de Engelse les en wijst ons de weg naar waar we de stadsmuur
kunnen beklimmen. Zijn vriendjes lopen mee en in ons kielzog ook zijn vader. Boven op de muur hebben we
uitzicht over de stad met de ondergaande zon en beneden ons liggen de hutongs. Het joch is de held van de
buurt als hij van Minie een kaart van Holland krijgt voor zijn goede diensten. Verderop in de straat kijken
we met bewondering naar het breiwerk van een vrouw, Minie mag het ook nog even proberen, maar ik vrees toch
dat de trui dan niet af komt voor de winter. Vlak bij ons hotel, als het al bijna donker is lopen we
voorbij een 2 persoons ziekenhuisje. Achter het raam ligt een man aan het infuus.
Eigenlijk zijn deze straatjes een grote permanente markt waar alles te koop is. Tussendoor kun je om de 500
meter je fiets laten repareren bij één van de talloze fietsenmakers. Om zo'n werkplaatsje te beginnen heb
je niet meer nodig dan wat eenvoudig gereedschap, bandenreparatie en een emmer water. Voor het gemak ook
een parasol en een krukje.
Bij zo'n nerinkje kopen we voor mijn schoonzus een zadeldekje voor 40 cent. Kleine geschenken onderhouden de
familiebanden denken we dan maar. De vrouw van de fietsenmaker weet ons te vertellen dat ook wij
geïnteresseerd zijn in een echte Chinese fietsbel. Groepsgenoten gingen ons voor, dat is duidelijk. De
vader van de fietsenmaker zet het op een lopen en wij worden onder de parasol op een krukje gezet. We
wachten maar af. Praten wat bij in het Chinees en zitten lekker uit de zon. Na een kwartiertje komt de man
terug met een heuse 2e hands fietsbel. Hij doet 't! Nu de prijs nog. Hij zet veel te hoog in en wij veel
te laag. We treffen elkaar in het midden en vragen ons wel af waar dit 2e handsje vandaan komt. Op een
brug in Amsterdam-Centrum kun je op deze manier een fiets kopen weten we ...
Even verderop, in de fietsonderdelengroothandel schiet de man achter de toonbank gelijk schaterlachend weg
zijn magazijn in. De handel in nieuwe fietsbellen is fantastisch tegenwoordig. Al die grote Europeanen
willen een fietsbel! We weten inmiddels de prijs en hij weet dat hij er niet meer voor krijgt.
N O O R D - K O R E A
Inleiding.
Een bezoek aan Noord-Korea is in alle opzichten bijzonder te noemen. Het land is het meest gesloten land ter
wereld, en op het moment dat ik dit schrijf wordt het ingehaald door Afghanistan. De Britten zijn druk
bezig de N-Koreaanse regering ervan te overtuigen dat het voor N-Korea beter is zich aan te sluiten bij de
internationale gemeenschap tegen terrorisme. De "schurkenstaat" wordt bondgenoot van de USA, iets dat onder
de Bush administration toch ondenkbaar leek.
De reisverhalen over N-Korea die ik van internet geplukt had, zitten netjes in de rugzak, knappe jongen die
daar bij kan, de inhoud is vers aangestampt vanmorgen. Goed, wij bezochten dus de schurkenstaat en konden
een poging doen iets van de staat waarin het land zich bevindt te bevatten. De gehele reis zouden wij ons
in het gezelschap bevinden van 2 gidsen, een cameraman en een bewaker van de veiligheidsdienst. Of wij
gefilmd wilden worden werd ons natuurlijk niet gevraagd.
Rode draad tijdens het bezoek is het lichtknopje, de belangrijkste schakelaar in N-Korea. Hele straten zijn
donker, maar op verschillende plaatsen waar wij komen gaat het licht voor ons aan en na ons uit. Soms
gaat zelfs de deur voor ons open (van het Railmuseum) en achter ons weer dicht, nadat het licht is
uitgedaan natuurlijk. Het zou een reclamespot kunnen zijn voor een energiebedrijf. We zijn op een avond de
enige bezoekers in een restaurant en na ons gaat het licht op halve kracht en kan er afgeruimd worden. In
de trein gaat het licht niet aan als we in de tunnels rijden.
Metro, treinen en locs.
Dat de metro echt rijdt hebben enkele groepsgenoten bij toeval ontdekt toen zij een privé gids meekregen en
onder andere het oorlogsmuseum bezochten. Zij reden ook de andere lijn en hoewel de metro niet vol is
rijdt het wel degelijk, dit in tegenstelling tot berichten op een website, waarin tijdens het bezoek van
voormalig minister van buitenlandse zaken van de USA Allbright gedacht werd dat de metrostel stil lag.
Tijdens de twee metroritten die wij maakten vonden we het wel vreemd dat medereizigers direct de trein in
de tegengestelde richting terug namen en wij speculeerden al over tientallen acteurs die met ons in de
metro liepen om de boel een beetje te bedonderen. Niet dus.
Net zoals in Moskou ligt de metro op schuilkelder diepte en zijn de stations bijzonder gedecoreerd met
enorme mozaïeken. De hoeveelheid handwerk in dit land is niet te beschrijven.
De trein waarin wij ons verplaatsten was een privé trein, speciaal voor ons geregeld en van een uitmuntende
kwaliteit volgens de geldende normen in het land. Andere treinen waren er beslist slechter aan toe en
reden niet zo frequent. Het vullen van de treinen gebeurt door deuren en ramen totdat iedereen klem vast
zit. Zo hebben we een treinstel zien vullen met jonge cadetten die onder luid geschal van propaganda en
marsmuziek afscheid namen van moeders, broertjes en zusjes. Voor vier jaar onder de pannen in het leger en
aan het werk op het land waarschijnlijk.
Onze gidsen willen zeker zijn dat we na het bezoek aan de musea voor de geschenken op tijd terug zijn voor het
avondeten. Op de heenweg was er een oponthoud van ruim twee uur (de belangstellenden voor deze treinrit
waren nog wel om 4 uur 's nachts opgestaan) en dat kon geen tweede keer gebeuren. Niets vermoedend hangen
we in een bocht uit het raam om beter uitzicht te krijgen over het traject en zien tot onze niet geringe
verbazing onze bus achter onze trein aan rijden. De trein rijdt niet harder dan 40 km per uur, de
buschauffeur hangt wat lamlendig over het stuur. We komen deze keer zelfs te vroeg aan in P'Yongyang!
Tijdens een van de vele stops hebben we de toestand van de rails en de dwarsliggers eens goed kunnen bekijken
en het was duidelijk dat wij niet voor niets zo langzaam reden. Verschillende essentiële onderdelen
ontbreken en de verscheidenheid in soorten dwarsliggers is groot: hout, beton (vaak brokken en geen hele
liggers) of gewoon een grote boomstam.
In N-Korea zijn we alert op eventuele aanwezigheid van stoomlocs, hier en daar staat er nog wel een, niet in
grote getale en de meeste zijn zo te zien niet meer in staat te rijden. Een enkele staat nog onder stoom
maar we kunnen en mogen geen stops maken en het fotograferen van de stations is niet toegestaan.
Op het station in P'Yongyang staat wel een prachtige "TGV", een treinstel met een spitse snuit en geschilderd
alsof het heel hard kan rijden. Het geheel heeft een aandoenlijke schoonheid, de kleuren doen mij denken
aan de oost Europese trainingspakken uit de jaren '70.
In P'Yongyang is het toegestaan om een rit met een tram te maken en zoals we inmiddels gewend zijn, is deze
gelede tram geheel alleen voor ons. We rijden een eindje en maken een fotostop en rijden weer een eindje.
Onze bus rijdt als een trouw hondje achter onze tram aan over een bijna lege en zeer brede avenue. De tram
schudt en rammelt en ik verwacht dat de ligging op de rails beter zal zijn als de normale hoeveelheid
passagiers meerijden. Dat wil zeggen: tjokvol, nu zijn wij onze enige passagiers.
Een rit met een trolleybus is ons helaas niet gegund en het maken van opnamen van deze voertuigen kan met
moeite geregeld worden. Officieel brengen we een bezoek aan een boekhandel en in kleine groepjes maken
we op het kruispunt onze foto's, het rijdt hier af en aan met verschillende modellen, de gidsen zijn wel
wat nerveus. Zoiets mag dus eigenlijk niet, maar we hebben ons blijkbaar de afgelopen dagen best wel netjes
gedragen en verdienen een beloning. Zelfs Clemens mag in de filateliewinkel in 10 minuten tijd zijn
postzegelverzameling aanvullen, vlak voordat we weer naar China reizen.
Op het station waar we N-Korea weer verlaten worden we toch wel erg op de proef gesteld. Tijdens de
afhandeling van de douaneformaliteiten (we moeten nu ineens precies de inhoud van onze geldbuidels opgeven)
mogen we uit de trein. Aan de andere kant van het perron staat een bloedmooie stoomloc te dampen en het
maken van foto's of video opnamen is ten strengste verboden. We proberen de gidsen nog eens uit te leggen
wat onze hobby nu eigenlijk inhoud, maar de militairen houden voet bij stuk. Onze handen jeuken, het is
erger dan de kat op het spek. Maar dan ziet iemand toch licht in deze diep duistere situatie: we worden nu
gedwongen te kijken zonder onze camera's en genieten met volle teugen van het vertrek van de loc. We ademen
diep in en prenten dit moment scherp in ons geheugen.
Onderweg.
In de korte tijd dat we in N-Korea zijn worden we vele kilometers vervoerd. Het is dus zaak goed op te letten
wat er zoal langs de weg en langs de rails gebeurd. Zo is te zien dat de bloemenstrook langs de snelweg
erg goed onderhouden wordt. Waarschijnlijk heeft iemand een aantal strekkende kilometer toegewezen gekregen
om bij te houden en ook de middenberm staat er proper bij. De strook langs de trein ziet er goed uit, een
keurig rijtje witte keitjes scheidt de baan van de berm. In de schemering licht het op.
De rivieren en sloten worden gebruikt voor allerhande activiteiten. In een modderige greppel naast de baan wast
een vrouw haar haren, water is schaars. Even verderop is een legertruck de rivier in gereden en wordt nu
gewassen in een lange meanderende carwash.
Overal waar wij komen krijgen we een voorkeursbehandeling en het is beslist niet de bedoeling om echt kennis te
maken met de gewone bevolking. Na het bezoek aan de geschenkenbunkers worden we zelfs met onze bus tot op
het perron gereden waar onze eigen trein weer klaarstaat. Voor het station werden eerst de burgers
weggejaagd waarna wij het hek door konden rijden, dat voelt nog steeds vreemd. Achter het hek staart de
bevolking ons aan en zwaaien mensen naar ons.
Tijdens een bezoek aan de waterval wordt onze oppasser nerveus. Beneden aan het stroompje is een groep vrouwen
aan het zingen en aan het dansen. Ze zijn een dag vrij en hebben de geschenken van de leiders mogen
bezichtigen. We kijken een tijdje toe en als ze de vrouwen in onze groep zien moeten we meedoen. Heel
bijzonder, we kennen de taal niet en de dans niet, maar dat mag de pret niet drukken. De groep is er
hartelijk en neemt ons op in de kring. In een momentje stilte tussen twee dansen in zingen wij Nederlandse
kinderliedjes en doen de bijbehorende dansjes. Helaas is de gids niet beschikbaar om als tolk te helpen
met de communicatie. Dat is natuurlijk ook niet de bedoeling. Lachend en handenschuddend gaan we uit
elkaar.
Tijdens een lunchboottocht hadden we het al in de gaten: er staat ergens in de stad iets in de fik. Een
duidelijke zwarte rookwolk was zichtbaar tussen de betonnen flatgebouwen. Als we een half uurtje later
boven op de Juche toren staan (da's behoorlijk hoog!), zien we dat er een felle uitslaande brand woedt en
nog steeds is er geen brandweer gesignaleerd. We hopen dat de bewoners en de bovenburen niet thuis zijn.
De brandweer moet waarschijnlijk van de andere kant van de stad komen, we tellen de verdiepingen en vrezen
dat de ladderwagen daarvoor te weinig hoogte kan ontwikkelen. Aan gezien wij weinig liften en roltrappen
zijn tegengekomen zullen de brandweermannen al het materieel eerst via het trappenhuis naar boven moeten
brengen en dan hopen op voldoende bluswater. Het verloop kunnen we niet afwachten en morgen staat het
vast niet in de krant. Ongelukken gebeuren namelijk niet in N-Korea.
S L O T
En dan de hamvraag: "Beviel het een beetje tussen al die rail-o-fielen?". "Denk je dat je nog wel een keer
mee mag?" Geen idee, ik heb begrepen dat de ballotagecommissie van de SNE al een tijdje in het stof
bivakkeert. Of liever: in het kolengruis. Het zal mij benieuwen, de reünie durf ik in elk geval wel aan.
Ik zal wel een keertje heel hard "STOOM" roepen en hard wegrennen en ook wat stoelen in een rijtje zetten
om op te meten. In elk geval zal ik de komende maanden de reisagenda wel even heel goed bestuderen.
|
|
Contact
E-mail SNE: sne@nvbs.com
|
|